|
Dag 1: Bunnik - Amerongen - Rhenen - Doorwerth - Nijmegen - Berg en Dal - Groesbeek 101 km
Ik kijk nog eenmaal om. Mijn buren zwaaien nog steeds. Dan ben ik uit het zicht en ben ik op weg.Voor het tiende achtereenvolgende jaar
ben ik begonnen aan een middelgrote tot grote fietsreis. Deze keer blijf ik in Europa. Het plan is
om via Duitsland naar Zuid Italië te fietsen en via Sicilië, Sardinië, Corsica, Frankrijk en
België terug te fietsen naar huis. Een globale schatting leert me dat ik in de komende tien weken
een zes- tot zevenduizend kilometer af te leggen heb om het plan volledig te realiseren. Maar zo ver kijk ik liever niet
vooruit. Ik heb gisteren nog examen gedaan en vanmorgen nog mijn spullen gepakt; ik heb in de drukte nog maar ternauwernood
de globale routemogelijkheden kunnen overdenken. Het begin is in ieder geval eenvoudig. Overmorgen heb ik met Marco Duiker
en Willem Hoffmans afgesproken in Gulpen, Zuid Limburg. Zij zullen drie dagen met me meefietsen en vervolgens
de trein terugnemen.
Het is redelijk zonnig weer en behoorlijk warm. Het is 12 uur als ik richting de Utrechtse Heuvelrug fiets.
Ik wil gelijk zo veel mogelijk heuvels meepikken en steek bij de eerste mogelijkheid de Heuvelrug over:
de Ruiterberg. Met de racefiets kom ik hier geregeld. Ik fiets nu met zware fiets en bagage bijna twee
keer zo langzaam omhoog als met de racefiets. Via de Amerongse berg steek ik de Heuvelrug nogmaals
over en vanaf Amerongen fiets ik naar Rhenen en na de grebbeberg heb ik de Heuvelrug definitief verlaten.
Ik blijf nog even in het ritme doorgaan Via de Wageningse berg fiets ik naar Doorwerth en via het Italiaanse Weggetje
fiets ik naar Oosterbeek voor het pontje over de Rijn. In de Betuwe heb ik tegenwind naar Nijmegen.
Hier neem ik nog een paar klimmetjes mee door Berg en Dal en eindig in Groesbeek. Het is me gelukt
om behoorlijk wat klimwerk mee te pakken in de "Dutch Mountains". Morgen op weg naar Zuid Limburg.
Dag 2: Groesbeek - Arcen - Venlo - Roermond - Geleen - Schinnen - Valkenburg - Schin op Geul - Gulpen 166 km
Het is een prachtige zomermorgen als ik om 8 uur wegfiets door de laatste heuvels van Berg en Dal. Het landschap is opvallend
heuvelachtig, ik heb het gevoel dat ik in het buitenland ben. Het Berg en Dalgebied is echter maar klein en al
gauw ben ik weer in egaal vlakke gebieden. Een sfeervol stukje Limburg leidt me naar het Nationale Park van de maasduinen.
ik steek het gebied dwars door over tal van kleine fietspaden. Het blijkt een mysterieus fenomeen te zijn, die maasduinen. Je ziet ze niet
maar je voelt de klimmetjes wel. Extra bijzonder is dat de klimmetjes niet gevolg door afdalingen De klimmetjes van de
Maasduinen brengen me geen meter hoger. De wind is ook al tegen. Na bijna 3 uur zwoegen heb ik 45 kilometer overbrugd
en zie ik een fietsbord: nog 24 kilometer naar Venlo. Ik kijk op de kaart: nog zo ver?? Ik had vanavond in Gulpen afgesproken
dus ik heb nog wel een eindje te gaan. Hoe heb ik me zo kunnen verkijken op de afstand? De volgende keer toch maar eerst de kaart
bestuderen voordat ik op weg ga. Het weer slaat ook om. De egaal blauwe lucht is vervangen door een egaal grijze lucht.
Het is ook na de weersomslag onveranderd zweterig: het is alleen maar warmer geworden. Niet alleen ikzelf zweet als
een otter, ook de lucht om heen lijkt te zweten. Langs het mooie plaatsje Arcen fiets ik naar Venlo, waar
ik de rechtsreekse weg naar Roermond volg. Geen mooie route maar ik moet ook opschieten. Hoogtepunt van de dag is een
fietspaadje van Merlich naar het prachtige Sint Odiliënberg. Een dreigende zwarte lucht hangt boven het Roerdal.
Uiteindelijk komt dan toch de regen en daarmee de gewenste afkoeling. De wind draait naar het westen, waardoor ik de wind nu niet
meer recht tegen heb. Het schiet nu aanmerkelijk meer op. Het lukt me gedeeltelijk om de industrie van Geleen en Sittard te
omzeilen en ik bereik bij Schinnen het heuvelland van Zuid Limburg.
Een mooie, steile, holle weg brengt me op een plateau maar door een ongelukkige routekeuze draait de weg in de
afdaling terug naar Schinnen. Ik probeer een meer doorgaande weg naar Spaubeek om Schinnen te verlaten. Deze
keer heb ik meer succes en ik daal af naar Valkenburg. Op de weg naar Gulpen zie ik de Keutenberg liggen. De van
de Amstel Gold Race bekende heuvel is opvallend steil (21%) en daarmee ongeschikt om met volbeladen fiets tegen
omhoog te fietsen. Maar het is een mooie klim en ik vind het aardig om me te testen. Dus trek ik mijn fiets
omhoog tegen de steile helling. Als ikboven ben wordt mijn ijdelheid onmiddellijk afgestraft met een helse
onweersbui die precies mijn kant op komt. Zo snel ik kan steek ik het plateau over en daal af naar Gulpen.
Daar klim ik naar de camping en ben net op tijd voordat het noodweer losbarst. Als de bui over is getrokken,
verschijnen Willen en Marco.
Dag 3: Gulpen - Epen - Gemmenich (België) - Kelmis - Lammersdorf (Duitsland) - Kesternich - Heimbach 84 km
Tot mijn verrassing is het prachtig weer als we opstaan. We pakken onze spullen en fietsen via Eperheide naar Epen.
We ontbijten in een cafeetje aan de voet van de Camerig en genieten van het mooie weer. Via de Camerig steken we
door naar de Belgische grens om via Gemmenich en Kelmis al snel in Duitsland te komen. Het weer is intussen betrokken
en af en toe valt er een bui. De laatste kilometers gaan over een onverharde weg langs een stuwmeer in de Rur.
Ik vind het wel welletjes voor vandaag na het continue klim- en daalwerk van vandaag door de Ardennen en de Eifel en
na de 166 kilometer van gisteren in Limburg. We besluiten de dag in Heimbach.
Dag 4: Heimbach - Hergarten - Kallmuth - Pesch - Schönau - Adenau - Nürburgring 83 km
Tweede dag in de Eifel. Na de bosrijke landschappen van gisteren hebben we vandaag meer open landschappen met
graan- en maisvelden op de plateaus. Het grijze, winderige weer is gebleven. Soms zijn er ook felle opklaringen.
Het bij tijd en wijle spookachtige weer geeft de dag een bijzondere sfeer. Na 83 kilometer vinden we een camping aan
het racecircuit van de Nürburgring. Het circuit ligt op 600 meter hoogte rondom een van de hogere heuveltoppen van de
Eifel. De camping is een belevenis op zich. We bevinden ons tussen louter auto- en motorliefhebbers. De camping is erg groot
maar desalniettemin behoorlijk vol. Voor elke tent staan stapels met kratten bier. Iedereen heeft muziek aan en wel ontzettend hard.
Het blijkt dat AC/DC buitengewoon populair is maar ook inferieure Duitse hardrockbands komen met vol volume uit de
boxen. De kledingvoorschriften zijn duidelijk: zo veel mogelijk leer. En dan komen wij aan met onze wielerkleren en
onze fleece truitjes. Alles bij elkaar bevalt het me wel op de camping. Gek genoeg is het allemaal toch erg
ordentelijk. Het sanitair is schoon. Langs de randen van de camping zijn restaurants die prima kwaliteit bieden.
In de kampwinkel werkt een teer oud vrouwtje, dat blijkbaar geen schrik heeft van de ruig uitziende mannen.
Tussen elf en twaalf uur gaat de muziek overal zachter en ik heb gewoon een heerlijke nachtrust.
Dag 5: Nürburgring - Kaisersesch - Pommern - Treis - Beltheim - Oberwesel 88 km
We steken de laatste heuvels van de Eifel over. Het gebied is van vulkanische origine en soms zijn
er flauwe kratervormen zichtbaar in het landschap. Het weer is nog steeds instabiel. Gitzwarte wolken
wisselen felle opklaringen af. Marco voelt zich niet fit maar wil wel door fietsen. We dalen af naar de Moezel en
klimmen weer steil omhoog naar het plateau tussen Moezel en Rijn. Dit is het gebied waar de beide rivieren diep in het landschap
verzonken liggen. De flanken langs de Moezel zijn ook behoorlijk steil. Geen kloof maar wel imposant genoeg.
Nieuwe buien jagen voorbij en een onweersbui scheert rakelings langs. De zwarte luchten steken mooi af tegen de hel verlichte
graanvelden. De laatste kilometers naar het Rijndal fietsen we over een sfeervolle onverharde weg, dat uitkomt in
Oberwesel, een middeleeuwse stad vol met spitse torens. We hebben het gehaald ondanks Marco's fysieke ongemak. We
dineren in het stadje; het is de laatste dag voor Marco en Willem. Morgen moet ik er weer alleen tegenaan.
Dag 6: Oberwesel - Bacharach - Bingen - Wörrstadt - Worms - Lampertheim - Mannheim - Schriesheim 136 km
We nemen afscheid op station Oberwesel. Ik ben weer alleen. Ik pak de draad weer open langs de
Rijn fiets ik naar het zuiden. Er is een fietspad langs de Rijn. Ik kan dus ongehinderd door auto's wegdromen
op de fiets. Het is wederom grijs weer maar wel droog. De weg voert door mooie stadjes met een overdaad aan
vakwerkhuizen en langs steile wijnvelden. Bacharach is erg mooi, evenals het uitzicht op Kaub aan de overzijde
van de rivier. Tot aan Bingen wringt de Rijn zich door de heuvelruggen van Midden Duitsland. Ten zuiden van Bingen
wordt het dal wijder en is het mooie landschap ten einde. Ik verlaat hier het Rijndal en klim omhoog naar het plateau
ten zuiden van Bingen, ook om de drukke regio rondom Mainz te vermijden. Ik fiets over Wörrstadt
naar Worms, een verrassend mooie route met open panoramische landschappen met wuivende korenvelden.
Bij Worms bereik ik opnieuw het Rijndal. En wat een verschil met de Rijn bij Oberwesel
en Bacharach! Hier ligt de Rijn in een vele kilometers breed dal met veel industrie.
Ik steek de Rijn over en moet de vallei oversteken om weer in mooi heuvellandschap te
komen. Ik heb echter twee problemen: er is een stevige tegenwind opgestoken en de afstand
dat op de bewegwijzering staat aangegeven naar het dichtstbijzijnde dorp aan de heuvels
is veel groter dan ik had verwacht. Ik heb geen nauwkeurige kaart van dit gebied meegenomen
maar ik besluit toch dat ik 'op gevoel' wel een snellere route kan vinden. Ik krijg er
een derde, tamelijk voorspelbaar, probleem bij. Ik verdwaal hopeloos. Weliswaar zijn
de heuvels zichtbaar, dus weet ik welke richting ik moet aanhouden maar alle wegen
die in die richting zouden kunnen lopen, buigen af richting de gigantische industriegebieden
en grootstedelijke lelijkheid van Mannheim. Het is alsof een boze vloek zich tegen me keert, alles
pakt nu slecht uit. Wat ik ook doe, als een magneet wordt ik naar Mannheim gezogen.
In een laatste poging om Mannheim te ontlopen, fiets ik over een onverharde weg een
bos in. Er staat weer niets aangegeven en ik raak hopeloos verdwaald. In totaal ben ik
nu al vijftig kilometer ongericht bezig en het is al 8 uur 's avond en ik moet nog
zeker twintig kilometer. Op goed geluk fiets ik door het bos en na een half uur ben
ik eindelijk het bos uit, in de bewoonde wereld... Dat is althans het minste dat je
er van kunt zeggen. Bewoonde wereld: ik ben uiteindelijk toch in Mannheim terecht
gekomen, ondanks mijn verwoede pogingen om Mannheim te ontlopen. Blijkbaar is het
zinloos geweest om te vechten tegen het noodlot. En nu Mannheim nog zien te verlaten.
Ook dat project verloopt stroefjes. Na enkele malen te zijn vastgelopen in woonwijken,
besluit ik over een drukke weg Mannheim te verlaten, in de hoop dat ik gauw een rustige
zijweg kan vinden. Nu is dan toch het geluk aan mijn zijde, want er zijn fietspaden
ichting de heuvels. Na een uurtje fietsen bereik ik de eerste camping in de heuvels.
Toch nog goed gekomen.
Dag 7: Schriesheim - Heidelberg - Neckarsteinach - Mosbach - Möckmühl - Jagsthausen - Künzelsau 141 km
Ik wil vandaag Künzelsau bereiken in hartje Schwaben om op bezoek te gaan bij een
vriendin. Langs de zoom van de heuvels van het Rijndal fiets ik naar het zuiden. Het duurt niet lang
voordat ik Heidelberg bereik, de oudste universiteitsstad van Duitsland. Het centrum
van Heidelberg ademt inderdaad de sfeer van een universiteitsstad uit. In tegenstelling tot
de meeste grote Duitse steden is het oude centrum bewaard gebleven gedurende de Tweede
Wereldoorlog. De stad ligt aan beide zijden van de Neckar, een van de belangrijkste
zijrivieren van de Rijn. Na een kort bezoek aan Heidelberg volg ik de koers van de
Neckar. Aan beide zijden van de rivier zijn beboste hellingen van driehonderd meter
hoog. De rivier slingert zich in ruime bogen door het landschap. Net als bij de Moezel
en de Rijn zijn er zijn fietspaden langs de rivier aangelegd die relatief veel fietsers trekken.
Het fietspad is betrekkelijk vlak. Het passeert een aantal mooie dorpen, Neckarsteinach
en Hirschhorn springen er uit. Bij Mosbach verlaat ik het nauwe dal van de Neckar en
klim naar een licht golvend plateau met panoramische vergezichten, die worden geaccentueerd
door de laaghangende, voorbij jagende wolken. Langzaam maar zeker wordt het steeds
zonniger en warmer. Als ik Möckmühl bereik, zijn de wolken definitief verdreven.
De wind is nog krachtig maar aangezien ik de wind in de rug heb, heb ik niets te klagen.
Langs de Jagst fiets ik naar het oosten, buig kort af naar het zuiden bij Jagsthausen en
klim over een heuvelrug en daal af naar het dal van de Kocher. De laatste twintig kilometer
zijn een makkie; de wind blaast me voort. Ik bereik Künzelsau, waar ik het weekend zal
doorbrengen; even een rustpauze voor de 'grote' Alpenetappes die er spoedig aankomen...
Dag 10: Künzelsau - Vellberg - Kammerstatt - Abstgmünd - Aalen - Neeresheim - Demmingen - Mörslach 140 km
Na een weekend met een sociaal programma ben ik weer alleen op de fiets. Ik heb gelijk
het ritme te pakken, ik voel me veel meer uitgerust dan de eerste week en ik heb
er dan ook echt plezier in. Door glooiend heuvelland fiets ik langs de Kocher tot Braunsbach,
waar ik over gedeeltelijk onverharde weggetjes richting Vellberg fiets, een mooi oudduits
vestingstadje met mooie uitzichten over het dal van de Bühler. Het is heerlijk rustig fietsen
over goed aangelegde fietspaden. Duitsland blijkt sowieso opvallend fietsvriendelijk. Op het gedwaal
bij Mannheim na van enkele dagen geleden (wat ik eigenlijk zelf over me heb afgeroepen door de
bewegwijzering te negeren), heb ik eigenlijk alleen maar goede ervaringen: rustige
fietspaden, rustig autoverkeer, goede en betrekkelijk goedkope voorzieningen. Ik fiets tientallen
kilometers door plezierige heuvellandschappen. Aan het einde van de middag komt er vanuit
het westen dreigende, donkere wolken aan over de hele breedte van de horizon. Deze regen
zal ik niet kunnen ontwijken. Het is volledig bewolkt als ik Neeresheim bereik, een dorp
dat mooi ligt tussen de groene heuvels. Een reusachtig klooster met tal van sierlijke,
barokke ornamenten beheerst het uitzicht. Alles bij elkaar is het erg sfeervol hier en nu. Ik
fiets door richting het dal van de Donau. Het regent nog altijd niet als ik afdaal naar de brede
vlakte van de Donau. In Mörslach bereik ik de camping, waar ik de nacht doorbreng. Ik ontmoet
André en zijn vrouw en zoontje. Met André kom ik tot een interessante fysische
en filosofische discussies. Leven bomen nu wel of niet van binnen? Is leven bezield of
beantwoorden we louter aan chemische of fysische wetten of trekt er iets of iemand anders als
een marionettenspeler aan de touwtjes? Heeft het leven op Aarde zin of is er sprake van kosmische
aberratie? We komen er niet uit maar hebben wel een hele geslaagde avond.
Dag 11: Mörslach - Dillingen - Oberschönenfeld - Reinhartshausen - Reinhartshofen 68 km
Over niet al te interessante landschappen fiets ik naar het huis van Sebastian, met wie ik
in 2005 in de Indiase Himalaya heb gefietst. De omgeving van Sebastians huis bij reinhartshofen
wordt al beduidend interessanter. Al vroeg in de middag bereik ik mijn doel voor vandaag. De
laatste kilometers beloven veel goeds voor de dag van morgen als ik op de Alpen af zal koersen...
Dag 12: Reinhartshofen - Schwabmünchen - Landsberg am Lech - Vilgertshofen - Schongau - Wieskirche - Schloß Neuschwanstein - Füssen - Reutte (Oostenrijk) 148 km
Ik word wakker van een knallende onweersbui. Even later ontbijten Sebastian en ik samen.
Het is nog pas half 7; Sebastian moet vandaag gewoon werken en ik heb een mooie rit voor de boeg.
Als het mee zit, kan ik vandaag de voet van de Alpen bereiken. Om half 8 nemen we afscheid en
vervolg ik mijn reis. De bui is overgetrokken maar het is nog wel zwaar bewolkt en overal hangen
zware buien. Op een of andere manier weet ik tussen alle buien door te fietsen naar Landberg am Lech.
Ik bevind me nu op de Romatische Straße. Deze bekende route volgt globaal de loop van
de Lech in de richting van de Alpen maar voert soms ook door de omringende heuvels en
passeert mooie stadjes, barokke kerken en imposante kastelen. Tientallen kilometers in de
verte kan ik tussen de buien door reeds delen van de brede muur van de Alpen ontwaren.
Ik trek de heuvels in en bereik het dorpje Vilgertshofen. Het dorp is vooral bekend om
de barokke Wallfahrtskirche die prachtig gelegen is tussen de heuvels. Als ik aankom, zie
ik een jongeman rond de kerk lopen, de enige persoon die ik in lange tijd buiten zie.
Twintig kilometer later kom ik de jongeman opnieuw tegen. Elmar blijkt ook op fietsreis te zijn
en maakt een pelgrimstocht naar Rome. We willen allebei de beroemde barokke Wieskirche zien
in de voorheuvels van de Alpen en trekken samen verder. Na Schongau klimmen we de
heuvels in. Het begint ondertussen hard te regenen. Het maakt het steeds heuvelachtiger
wordende landschap niet minder sfeervol. Tal van kleine, slingerende fietspaadjes
voeren afwisselend door naaldbossen en alpenweides. Na een uur of twee bereiken
we de Wieskirche, die mooi ligt in een alpenweide tegen de achtergrond van een hoge
heuvel met donkergroene naaldbomen. Na een bezoek aan de overdadige, hoogbarokke kerk, gaan
Elmar en ik onze eigen weg. Elmar volgt de Claudia Augusta route naar Rome die over de drukke
Fernpas voert, ik wil morgen de veel meer alpiene Hahntenjoch over. De donkere wolken zijn
inmiddels overgetrokken. De laatste wolkenflarden jagen over en voor het eerst sinds Nederland
baadt het landschap om me heen zich in het zonlicht. Ik bereik een kleine pas over de heuvels
en ineens liggen de Alpen aan mijn voeten. Door de regen is alle stof uit de lucht; de uitzichten
zijn messcherp. De zon staat al betrekkelijk laag en mooie strijklichten geven een boeiend spel
van licht en schaduw. Beneden me ligt een brede grasvlakte met grote meren en tal van kleine dorpen.
Ik daal af naar de vlakte en zet koers richting de Alpen. Ik fiets langs de voet van de bergen
en bereik de van de legpuzzels bekende Schloß Neuschwanstein op een uitstekende rotspunt
boven het dal. Ik laat mijn fiets staan en klim naar het sneeuwwitte sprookjeskasteel. Het kasteel rijst
steil en slank omhoog en vanuit het immense bastion verheffen zich tal van uitstekende torens.
Hoogromantiek grenst hier aan pure megalomanie maar het resultaat is zeker indrukwekkend. Na het bezoek
aan het kasteel vervolg ik mijn route naar Füssen en bereik vervolgens de Oostenrijkse grens.
Het weer is zo mooi, dat ik zo lang mogelijk wil profiteren van de prachtige omgeving. Uiteindelijk
strand ik op de camping van Reutte.
Dag 13: Reutte - Stanzach - Hahntenjoch (1.894 m) - Imst - Landeck 82 km
Ik fiets door het lieflijke dal van de Lech langs de azuurblauwe rivier. De bergen
van de Allgaüer en de Lechtaler Alpen aan weerszijden van de rivier met hun
grijze rotswanden en donkergroene naaldbossen vormen een dramatische tegenhanger.
Het dal is dun bevolkt en hele passages fiets ik door uitgestrekte bossen in het dal.
In Europa is het een ongewone ervaring om in een breed dal te zijn dat niet in gebruik is
genomen voor landbouw of bewoning. In het dorpje Stanzach pauzeer ik even en ik raak aan de
praat met een vrouw vam 90 jaar. Haar ogen zitten nog vol leven en ze wil precies weten wat ik
allemaal van plan ben. Als we afscheid nemen, moet ik beloven dat ik voorzichtig zal zijn.
Niet lang na dit lieve intermezzo begint de klim naar de Hahntenjoch en wel meedogenloos.
De weg klimt parallel aan het dal en al snel bevind ik me hoog boven dit dal. De eerste echte
klim van de reis hakt er meteen goed in. Na iets meer dan een kilometer draait de weg om een
bergpunt en gaat de weg omhoog door een zijdal van het Lechdal. De weg wordt minder steil en voert
langs enkele Alpendorpen en door groene alpenweides. De laatste vijf kilometer van de pas zijn gemiddeld
10 % steil en vallen niet gemakkelijk. De Hahntenjoch blijkt een ambitieuze start in de Alpen.
Eenmaal boven is het genieten van de uitzichten. Het landschap aan de zuidwestzijde van de
pas is nog ruiger dan de oostzijde met breed opgetrokken grijze muren van kalksteen. De weg
voert onder de kalkwanden langs, over grote puinhellingen. Ik suis naar beneden tussen de grote
rotsblokken en binnen een mum van tijd ben ik afgedaald naar het Inndal bij Imst. Het is
bloedheet in het dal en ik beperk het middagprogramma tot een ritje langs de Inn naar
Landeck. De kop is eraf. De eerste Alpen zijn overgestoken.
Dag 14: Landeck - Prutz - Pfunders - Nauders - Reschen (Italië) - Graun 66 km
Vandaag fiets ik samen met Dietmar. Althans de eerste kilometers door het dal van de Inn
richting Italië. Op de camping van Reutte kwam ik Dietmar ook al tegen maar hij
fietste via de Fernpas naar Landeck en ik over de Hahntenjoch. Dietmar heeft een blessure
aan zijn knie en zal vandaag niet verder fietsen dan Pfunders, vlak voor de klim naar
de Reschenpas. Ik wil vandaag nog wel de Reschenpas oversteken, de grens met Italië.
Na het ontbijt begint het te regenen en al gauw hangen de bergen volledig in de wolken.
Het uitzicht beperkt zich nu tot het dal van de Inn. Koud is het niet; de omstandigheden
zijn geenszins belastend. Desalniettemin nemen we de nodige koffiestops. Na een stop haalt
Elmar ons in, de Duitse jongeman met wie ik naar de Wieskirche fietsen. Met drie man trekken we
door in de richting van Pfunders. Elmar en Dietmar volgen beide de Claudia Augustaroute, Elmar via Verona
naar Rome, Dietmar tot Verona. Beide heren hebben mooi vormgegeven boekjes bij zich. Verdwalen is
er niet meer bij. Als we Pfunders naderen, houden de buien op en breekt onverwacht
de zon door. In Pfunders nemen Elmar en ik afscheid van Dietmar. Het is rond het middaguur
en Dietmar heeft de hele middag en avond de tijd om te reflecteren op de dingen des levens.
Er zit ook niet veel anders op want het dorp is erg mooi maar ook erg stil. We wisselen adressen uit en
Dietmar zal ons berichten als er belangrijke filosofische of spirituele inzichten te melden zijn.
Na pfunders fietsen we verder langs de Inn door een stuk niemandsland tussen Oostenrijk en Zwitserland.
Bij de Zwitserse grens begint de klim naar Nauders en de Reschenpas. De klim is niet steil en
ook het te overbruggen hoogteverschil is niet indrukwekkend. Na een paar kilometer klimmen en
een kleine afdaling bereiken we Nauders, waar we al bijna op pashoogte zijn. De combinatie
van de Fernpas en de Reschenpas is waarschijnlijk de gemakkelijkste manier om de Alpen over
te steken. In Nauders hebben Elmar een nieuwe caféstop. Als we wachten op de bestelling,
zien we twee fietsers die boodschappen inslaan. Een van de fietsers lijkt dermate op de bekendste
Nederlandse wereldfietser Frank van Rijn, dat ik hem er ernstig van verdenk ook te luisteren naar de
naam Frank van Rijn. Ik besluit het gewoon maar te vragen en het blijkt inderdaad dat we te
maken hebben met de intussen 61-jarige man die vrijwel een heel mensenleven lang gefietst
heeft op alle continenten en daar de nodige leuke boeken over heeft vol geschreven.
Binnen een mum van tijd zitten we met zijn vieren aan het terras en gaan de verhalen
over de tafel. De compagnon van Frank heet Hans en is een Zwitserse veteraan van 66
jaar oud. Zijn droge, aardse humor is een leuke aanwinst voor het gezelschap. Met zijn vieren
trekken we de Reschenpas over. Vanaf Nauders hoeven we nauwelijks meer te klimmen. Wel moeten we
nog de nodige kilometers vals plat omhoog met een aanzienlijke tegenwind. We bereiken de pas
en daarmee de grens met Italië. We zien we dat er gitzwarte wolken vanuit Italië
op ons afkomen. Het slechte weer is niet te vermijden. De Reschensee ligt direkt
voorbij de pas en is een stuwmeer dat onder Mussolini is aangelegd. Zonder rekening te houden met
de Zuidtirolse bevolking zijn hele dorpen onder water zijn gezet, waaronder het dorp Graun. De
bewoners van Graun hebben toentertijd uit protest de kerk verplaatst naar de huidige rand van het
meer, zodanig dat sinds de ingebruikname van de dam de kerk voor de helft onder water staat;
alleen de kerktoren steekt boven het water uit. Precies op deze bijzondere plek breekt
het noodweer los. Donder en bliksem, hooswind en stortregen. We besluiten met zijn vieren een
hotelletje te nemen en gaan samen uit eten. Frank van Rijn blijkt ook aardig schaak te
kunnen spelen (ex-kampioen van De Bilt en Bilthoven). De discussie aan de eetdis concenteert
zich op de landelijke Duitse zoektocht naar de grootste Duisters aller tijden. Dat
blijken Adenauer, Beckenbauer en Mozart (nota bene een Oostenrijker) te zijn. Vervolgens zijn
de grootste Nederlanders aan de beurt. We hebben allemaal meegemaakt dat dat Willem van
Oranje en Pim Fortuijn bleken te zijn. Ik betoog nog dat Frank misschien ook wel een plaats
in deze illustere rij namen verdiend had. Frank betoogt dat niet hij maar zijn familielid Rembrandt de eerste
plaats verdient. En Mozart de eerste plaats in Oostenrijk (en niet in Duitsland). Ik leg uit
dat weliswaar geen stuk van Mozart maar wel "Rock me Amadeus" van Falco door de
Oostenrijkers is gekozen tot beste song ooit. Dit werkje blijkt Frank echter niet te kennen.
Als ik de stotterende ADHD-voordracht van Falco imiteer, inclusief pruilmondje en gebaartjes,
wendt Frank moedeloos het gezicht af. Na nog veel meer zin en onzin te hebben uitgewisseld,
keren we terug naar het hotel. Een geslaagde dag met een geslaagd einde.
Dag 15: Graun - Mals in Vischgau - Glurns - Prato - Stilfserjoch / Stelvio (2.757 m) 59 km
Vandaag regent het nog steeds maar nu op een bedaard niveau. Maar regen is regen en
daar word je nat van. En als Frank ergens een hekel aan heeft - naast scherp eten -
is het aan regen en aan kou. Frank en Hans blijven dan ook achter in het hotel. Elmar en ik
fietsen door. Ik wil toch na de afdaling een andere kant op dan de andere heren.
De buien hebben flink huis gehouden vannacht. De sneeuwgrens ligt dan ook extreem laag, op
slechts 1.700 meter hoogte, slechts iets hoger dan waar we ons nu bevinden. We dalen
af naar Prato, aan de voet van de 2.757 meter hoge Stelvio of Stilfserjoch. De afdaling
voert door tal van mooie dorpen van Sudtirol zoals Burgeis, Mals in Vinschgau en Glurns.
De sfeer is eigenlijk Oostenrijkser dan Oostenrijk zelf.
We nemen afscheid in Prato. Elmar daalt verder af naar Verona, ik fiets richting de Stelvio.
De Stelvio is een van de bekendste en langste klims van Italië en van Europa. Vanaf de
voet van de klim in Prato op 949 meter hoogte moeten 1.808 hoogtemeters overwonnen
worden om op de 2.757 meter hoge pas uit te komen. Het is 2 uur in de middag en het
druilt nog steeds. Ik heb geen zin om de hele verdere dag op de camping van Prato
te druipen dus ik fiets omhoog naar Pradoi op een derde van de klim, waar een camping
is. Ook deze camping ligt er halfverlaten en verzopen bij. De weg is al de hele dag afgesloten geweest
vanwege de sneeuwval maar nu is de weg open. Verkeer is er echter niet. Ik ben helemaal alleen
in het landschap, nu ik het laatste dorp voor de pas gepasseerd heb. Vanaf Pradoi
fiets ik een stukje verder omhoog naar een van de berghutten. Ik beland al snel in
een sneeuwlandschap maar de weg zelf is sneeuwvrij. De beoogde berghut blijkt slechts
een restaurant te zijn, zodat ik verder omhoog moet. Ik kom boven de boomgrens en even
later bereik ik de Franzenshöhe, aan de voet van de dramatische slotklim.
Ik pauzeer even met een warme choco, alvorens ik mezelf weer in de sneeuw en de wind begeef.
De Franzenshöhe ligt aan de voet van een reusachtige witte arena. De weg slingert
zich tussen besneeuwde rotsmuren omhoog door de sneeuwbedekte puinhellingen. De pas
is half in de wolken en is net zichtbaar maar de omringende bergen van het Ortlermassief
hangen allemaal in de wolken. De Stelvio is een van de weinige passen die zich een
weg banen dwars door hoogalpiene landschappen. De Ortler, die nu weliswaar niet zichtbaar
is, torent pal boven de weg uit naar 3.908 meter hoogte. De weg slingert steil omhoog
over de met sneeuw bedekte puinhellingen. De wind neemt toe naarmate ik hoger kom
en ook de sneeuwintensiteit neemt toe. Langzamerhand wordt het fris. Voor ik er erg
in heb, sta ik echter op de top van de Stelvio, 48 haarspeldbochten boven Prato,
een uur of 4 nadat ik ben vertrokken uit Prato. Naar beneden is de weg als een lang
zwart, slingerend lint zichtbaar door het verder witte landschap. Hier neem ik een hotelletje
in de hoop om de volgende morgen in een heerlijk zonnetje door de sneeuw af te dalen
naar Bömio. Daar wacht morgen een nieuwe gigant op me: de 2.621 meter hoge Passo di
Gávia.
Lees verder over het vervolg van de reis naar het zuiden van Italië
op de volgende pagina. |