startpagina foto's kaart statistieken

foto's

The Wheel of Life - Fietsen in de Indiase Himalaya

De hoogste pas van de wereld? Fietsen in de Nubra-, Lahaul-, Spiti-, Parvati- & Kangravalleien (pagina 2 van 2)

India:
Dag 1-2
Shimla

Dag 3-4
Kullu Vallei

Dag 4
Manali

Dag 5
Rohtang La

Dag 6-8
Lahaul

Dag 9
Baralacha La

Dag 11
Lachlung La

Dag 12
Tanglang La

Dag 13
Indus Vallei

Dag 14-17
Leh

Dag 18
Khardung La

Dag 19
Nubra Vallei

Dag 23
Boven Lahaul

Dag 24
Kunzum La

Dag 25-28
Spiti Vallei

Dag 32
Parvati Vallei

Dag 33-34
Kangra Vallei

Dag 34-36
Dharamsala

Dag 37-38
Punjab

Dag 38
Amritsar

Dag 18: Leh - Khardung La (5.600 m) - Khardung - Diskit 115 km

Uitzicht over de Indus Vallei en de Stok Gebergteketen De laatste dagen hebben we niet al te veel meer gefietst. Wat dat betreft hadden we een licht programma. Maar al die tijd hing het boven ons hoofd. Letterlijk. De hoogste pas van de wereld. Althans de hoogste die redelijkerwijs met de fiets bereikbaar is. Sebastian wil de Khardung La een dag na onze terugkomst beklimmen in de vorm van een dagtocht op en neer. Twee dagen later zal hij met de vliegtuig van Leh op Delhi vliegen en even later terug naar Duitsland. Wij hebben meer tijd. We willen nog in de Spiti Vallei fietsen. Maar eerst willen we de Khardung La oversteken en de achterliggende Nubra Vallei verkennen.

We klimmen snel boven de oases van Leh De Khardung La begint in Leh en beklimt de Ladakh bergketen ten noorden van de Indus Vallei. De pas is volgens de kaarten en borden langs de weg 5.602 meter hoog en is de enige connectie met de Nubra en Shyok Valleien noordelijk van Ladakh. Panamik in de Nubra Vallei is het meest noordelijke punt dat reizigers in India kunnen bereiken. Wegens grensproblemen met zowel China als Pakistan is het niet toegestaan verder de Nubra Vallei in te trekken.

Het idee om tegen de hoogste pas van de wereld op te fietsen is simpelweg onweerstaanbaar. Na vier dagen van culturele activiteiten en relaxen is vandaag de dag dat het moet gebeuren. Met alleen dagbagage zullen Jeroen, Willem en ik proberen de pas te bereiken. We moeten dan wel dezelfde dag zien af te dalen naar de Nubra Vallei om overnachting te vinden in een hotel. Omdat we op deze manier licht bepakt zijn, wordt de kans om in een dag de Nubra Vallei te bereiken aanzienlijk vergroot. Maar ook zonder bagage moeten we niet lichtvaardig denken over de klim. Leh ligt op 3.500 meter hoogte; dat betekent dat we meer dan 2.000 hoogtemeters zullen moeten overwinnen waarvan de tweede helft op zeer grote hoogte.

Willem is altijd bereid om zijn geluksgetal aan de wereld te tonen We gaan vroeg in de morgen van start. Zoals altijd is het weer ook vandaag schitterend. Kristalblauwe luchten met slechts een paar witte wolken om het blauw te accentueren. Langs de oases boven Leh voert de weg omhoog. De eerste kilometers zien we dat we de muur van de Ladakh bergketen snel naderen. Dan eindigt de groene valleibodem en begint de weg zich omhoog te slingeren over de kale, onbegroeide bergflanken. De hellingen zijn bezaaid met grote rotsblokken. Vegetatie is hoegenaamd afwezig. Er is geen wind en de temperatuur is ideaal. We winnen dan ook verrassend snel hoogte. We zien de oases steeds dieper onder ons verdwijnen. We komen een jonge vrouw tegen die haar fiets tegen de berg omhoog duwt. We maken een praatje en vervolgen onze weg. Of ze op deze manier de pas haalt, is onzeker. De pas is nog dertig kilometer verder omhoog. Het lijkt niet mogelijk om de fiets zo lang tegen de berg omhoog te duwen, zeker als straks de hoogte mee gaat spelen en de weg slechter en steiler wordt.

South Pullu, nog 14 kilometer naar de pas We bereiken South Pullu, een legerkamp waar we onze permits moeten laten zien. Vanaf hier is het nog veertien kilometer omhoog. We moeten de keten oversteken die recht voor ons ligt. Zoals alle Himalayawegen tot nu toe verslechtert de weg aanzienlijk de laatste kilometers. De klim naar de Khardung La vormt geen uitzondering. De weg is intussen behoorlijk stenig. Er zijn echter geen grote probleempassages van echt slechte weg of diepe river crossings. Als de weg om een rotspartij heen draait, zie ik de pas ineens voor me liggen. Ik ben verbaasd dat we nu al de pas hebben bereikt. Is dit de hoogste pas van de wereld? En zou ik niet veel vermoeider moeten zijn nu?

Jeroen,Willem en ik op de Khardung La: Staan we op de hoogste pas van de wereld? Al snel zijn we alle drie boven op de pas. Onze spirit is nog hoger dan de pas, wetende dat we een erg lange afdaling voor de boeg hebben. We krijgen veel aandacht van de weinig Indiase toeristen die hun fotorolletjes volschieten of een kijkje nemen in de hoogste tempel van de wereld en misschien ook de kleinste. De hoogste toiletten van de wereld zijn gesloten.

De afdaling naar de Nubra Vallei is veel slechter dan de klim vanuit Leh. De smalle weg bestaat uit vuistgrote stenen. We dalen niet meer dan enkele kilometers per uur. Een enorme processie van bussen en vrachtwagens waggelt zich een weg naar boven en maakt ons het leven zuur. Weinig zuurstof, smerige lucht, een slechte weg. De afdaling kan nog wel even duren zo. De eerste zeven kilometer van de afdaling kosten ons een uur. Dat is nog langzamer dan de laatste zeven kilometer van de klim!

Het eerste dorp na de pas, Khardung Gelukkig verbetert de weg nu beetje bij beetje. Vanaf de North Pullu legerbasis is de weg weer geasfalteerd. We kunnen nu weer in volle vaart afdalen. Landschappen glijden in en uit mijn gezichtsveld in de lange afdaling naar de Shyok en Nubra Valleien. In zestig kilometer daalt de weg in eerste instantie af naar de Shyok Vallei op 3.000 meter hoogte. We kunnen ook de bergen achter de Shyok Vallei in de verte zien liggen. Deze bergen zijn veel steiler dan die van de Ladakh keten. Het zijn de uitlopers van de Karakoram keten met de 8.600 meter hoge K2. De hoofdkam van de Karakoram en de K2 liggen echter te noordelijk om te kunnen zien.

We naderen de Shyok Vallei. Het landschap is nog altijd erg droog maar af en toe groeit er lavendel op de verder kale hellingen. De paarse gloed over de bergen wordt versterkt doordat de zon hoogte begint te verliezen en het landschap in een gloedvol strijklicht dompelt. Het mysterieuze gevoel van het obscure landchap wordt zodoende nog eens versterkt.

Willem in de Shyok Vallei Na een paar uur zijn we afgedaald in de Shyok Vallei. De bergen werpen snel groeiende schaduwen over het dal. De rivier ligt ingeklemd tussen gigantische bergmuren. Opvallend is om te zien dat sommige zijdalen erg groen zijn en ander weer helemaal kaal. De bergflanken zijn sowieso kaal, de scherpe toppen zijn bedekt met sneeuw en ijs. Elke kilometer verandert het landschap dramatisch. We bevinden ons nu in een grote steenvlakte waar niets groeit en zijn omringd door gigantische verticale bergen waar niets groeit. Geen boom of plant is te zien. Na een paar kilometer bereiken we de plek van samenkomst van de Shyok en Nubra rivieren. Een immense vlakte van een paar kilometer breed ligt hier in het midden van het ruige berglandschap. We laten de Nubra rivier nog even voor wat ze is en blijven de Shyok volgen. We bereiken het plaatsje Diskit waar we een hotelletje vinden en een Tibetaans restaurant waar we op gepaste wijze de geslaagde overtocht vieren.


Dag 19: Diskit - Hundar - Diskit - Sumur - Panamik - Sumur 95 km

Het Klooster van Diskit Vandaag zullen we de Shyok en Nubra Valleien verkennen. Eerst bezoeken we het klooster recht boven het hotel. Een voetpad leidt steil naar boven naar de top van de rots waarop de gompa is gebouwd. Vanuit het klooster hebben we mooie vergezichten over de groene Shyok Vallei. Niet overal is het echter groen in het dal. We fietsen naar Hundar waar een stuk heuse zandwoestijn ligt met karakteristieke duinen en met even karakteristieke Bactrische kamelen. We komen niet in de gelegenheid om de viervoeters van dichtbij te aanschouwen.

Na Hundar fietsen we naar Sumur aan de Nubra, waar we een hotel vinden. Willem en ik fietsen zonder bagage door naar Panamik. Verder noordelijk mogen toeristen en reizigers niet komen. Als we Panamik bereiken, blijkt dat de plek niet bepaald de gedachte spectaculaire grand finale van de reis naar het noorden is. Er is niets te doen en niets te zien. We keren al snel weer terug, de wind is intussen aangegroeid tot een storm in de rug. Het begint nog harder te waaien en we zien dat zich achter Panamik een zandstorm aan het ontwikkelen is. We fietsen zo hard als we kunnen terug maar we maken ook foto's. Het is een spectaculair gezicht om te zien hoe de zandstorm bezit neemt van het dal. De zandstorm nadert in razendsnel tempo. De seconde dat we de deur van het hotel achter ons sluiten, is de wereld buiten gehuld in zand en stof.


Dag 23: Khoksar - Khhatru - Lahaul 45 km

De ruige Pir Panjal bergen en de Lahaul Vallei In Panamik hebben we min of meer het einde van de wereld bereikt. We konden simpelweg niet meer verder noordelijk komen. We besloten om met een busje terug naar Leh te gaan en met de bus verder naar Khoksar, de plaats waar we ook al hadden overnacht na het oversteken van de Rohtang La, onze eerste Himalayapas. Van daar zullen we langs de Chandra rivier stroomopwaarts fietsen. De Kunzum La scheidt de Lahaul Vallei van de Spiti Vallei. De afgelegen Spiti Vallei heeft drie fameuze duizend jaar oude Tibetaans-boeddhistische kloosters: de klosters van Key, Dhankar en Tabo.

Aldus zullen we vanaf Khoksar vreugdevol van start gaan na een lange, saaie, vermoeiende en oncomfortabele busreis. Hoe kan het zijn dat de buspassgiers het idee hebben dat fietsen zo zwaar is terwijl ze dag in dag uit een busreis als deze kunnen doorstaan?

We zijn nooit alleen in de Lahaul Vallei Na een paar weken reizen in de Himalaya wisten we al dat er altijd wel weer nieuwe problemen kunnen opduiken die we het hoofd moesten zien te bieden. Zo leerden we omgaan met hoogte, slechte wegen en river crossings. Op weg naar Spiti zijn er de geiten. En schapen. En die hebben een heleboel vrienden! Elke paar minuten die we kunnen doorrijden, wordt gevolgd door net zoveel minuten dat we vastzitten in een kudde geiten. Het is een leuke belevenis om tegen de stroom van een geitenkudde in te roeien. De dieren voegen weer een nieuw element toe aan de couleur locale en de vastlopers in een kudde vormen welkome ruspauzes. Wel merk ik dat de combinatie van het oversteken van een river crossing en een geitenkudde rendezvous een garantie is voor natte schoenen.

Helaas verslechtert het weer. We zijn nu veel zuidelijker dan voorheen en het is slechts de Pir Panjal bergketen die het dal scheidt van het moessonklimaat ten zuiden van ons. Een moessonaanval kan gemakkelijk over de bergrug heenbreken, zo blijkt. Het giet ijskoud water. Gelukkig hebben we daar geen last van aangezien we tijdig een dhaba hebben kunnen vinden waar we de tijd doden met steeds nieuwe bestellingen van thee en biscuitjes. Na twee uur is de bui al weer voorbij en fietsen we door naar een dhaba verderop in het dal. Ik heb wat maagproblemen en duik zonder eten mijn slaapzak in.


Dag 24: Lahaul - Kunzum La - Lhosar 45 km

Lahaul Vallei Na onze eerste koude nacht in de Himalaya zijn we blij als de machtige bergrug van de Pir Panjal door de eerste zonnestralen beschenen wordt. We vertrekken vroeg in de morgen. De landschappen die we doortrekken zijn buitengewoon ruig. Gigantische rotswanden flankeren het dal. Reusachtige gletsjers komen van de hoge ijstoppen naar beneden; sommige reiken bijna tot aan het dal. We fietsen door grote velden met rotsblokken die zo groot zijn als complete huizen. De weg bestaat uit grote stenen. Het is zwaar terrein maar niet te zwaar. We vorderen langzaam maar gestaag over de eenzame weg. Ondanks de afwezigheid van verkeer is er toch nog een laatste theestalletje voordat de weg omhoog slingert voor de slotklim naar de Kunzum La. We blijven langdurig zitten, genietend van de uitzichten, de zon en de thee.

Lahaul Vallei met op de achtergrond de spectaculaire Tiger Tooth Na de pauze klimmen we snel boven het dal uit. Zigzaggend gaan we omhoog. Vele haarspeldbochten boven onze hoofden zien we de helling langzaam steeds minder steil worden. Tot aan het verste punt zullen we minimaal moeten klimmen voordat we de pas hebben bereikt. Ondanks alle passen die we al hebben gedaan, is het toch weer een uitputtende inspanning. Gelukkig is de pas niet hoger dan vanaf beneden leek. Doorgaans is dat wel het geval en is er nog meer klimwerk te doen. Deze keer hebben we geluk en we staan bovenop de 4.554 meter hoge Kunzum La, de verbindingspas met Spiti. Niet de hoogste pas maar wel één van de meest imponerende.

Down, down naar de Spiti Vallei We hoeven nu aalleen nog maar te dalen naar de Spiti Vallei. We zien dat de bergen ten oosten van de pas niet zo hoog en steil zijn als de Pir Panjal bergen westwaarts. De bergen mogen dan hebben ingeboet aan grandeur, ze hebben gewonnen aan subtiliteit. De bergen zijn gecomponeerd uit een duizendtal verschillende kleuren. De nuances van het palet veranderen continu als we bij het voortschrijden de omgeving onder steeds veranderende gezichtspunten zien. Hotsend en klotsend stuiteren we naar beneden over de steenweg. Al snel bereiken we het bovenstroomse gedeelte van de Spiti Vallei. Door de vlakke, brede, met rotsen bedekte vallei trekken we voort en al snel bereiken we het eerste dorp van de vallei. In het vriendelijke dorp Lhosar blijven we hangen. We geven ons over aan een loom middagprogramma. In het restaurant-hotel treffen we verrassend genoeg een groep mountainbikers aan. Ze eten een verlate lunch. Een Engelse jongen en een Engels meisje gidsen de groep en geven ons tal van tips uit de eerste hand over de fietsmogelijkheden in de Indiase Himalaya.


Dag 25: Lhosar - Hanse - Kaza 60 km

Spiti Vandaag wordt een gemakkelijke dag. Zestig vlakke kilometers scheiden ons van Kaza, de hoofdstad van het Spiti distrikt. We hebben vernomen dat de weg van de Spiti Vallei naar Shimla over een lengte van tweehonderd kilometer is gesloten als gevolg van door overstromingen weggeslagen bruggen over de grote Sutlej rivier. We besluiten dat we, gezien de beperkte tijd die we tot onze beschikking hebben, de onzekere doorsteek naar Shimla en de Indiase Laagvlakte niet zullen proberen te maken. We hebben pech gehad. We zullen tot Kaza fietsen en van daaruit dagtochten maken naar de fameuze kloosters van het Spitidal.

De landschappen zijn wederom van de overtreffende trap maar desondanks heb ik geen geïnspireerde dag. Na een paar honderd meter fietsen heb ik al een lekke band als gevolg van een hele grote spijker. Mijn buitenband is kapot en moet ook vervangen worden. Nog geen minuut later heb ik alweer een nieuwe lekke band en vijf minuten later heb ik een derde lekke band. Ik ben vandaag niet goed in staat om te gaan met de malheur en alleen omdat de pechdemonen me hebben verlaten, komt de spirit langzaam weer terug. Dat mag ook wel, in een dermate adembenemend landschap. We bereiken Kaza waar we een overnachtingsplaats vinden voor de komende nachten.


Dag 26: Kaza - Key - Kibber - Key - Kaza 40 km

Het dorp Key (onder) en het klooster van Key (boven) De eerste van onze dagtochten brengt ons naar het klooster van Key en vervolgens naar Kibber. Het klooster van Key is een juweel. De kleine, witte kloosterwoningen zijn tegen een perfekte kegelvormige rotspunt aangeplakt. De nieuwe tempel staat boven op de top. Het klooster is duizend jaar oud en is daarmee één van de oudste Boeddhistische kloosters in de Himalaya. We worden uitgenodigd voor de gebruikelijke rituele kop thee.

Na twee uur verlaten we het klooster en klimmen naar het dorp Kibber. Fietsen zonder bagage gaat verrassend comfortabel. Zelfs de hoogte boven 4.000 meter lijk ik nauwelijks meer te voelen. Kibber is volgens de reisgidsen het hoogste dorp ter wereld. Het ligt op 4.200 meter. Ik ben er zeker van dat de claim van hoogste dorp volkomen onterecht is. In Peru en in Bolivia ben ik in hogere dorpen geweest. In Peru is er zelfs een grote stad op een hoogte van ruim 4.200 meter (Cerro de Pasco) en een mijnstadje op 4.600 meter (Morococha). Deze ongefundeerde claim bewijst niet veel meer dan dat er in India nogal ruimhartig met feitelijkheden wordt omgesprongen. De geloofwaardigheid van de claim dat de Khardung La de hoogste pas ter wereld is, zakt nog wat verder weg. Wel moeten we constateren dat Kibber alleraardigst gelegen is en zeker een kort bezoek waard.


Dag 27: Kaza - Dhankar - Lalung - Kaza 70 km

Help! Ze confisqueren onze fietsen. Het klooster van Dhankar De tweede dagtocht brengt ons dieper omlaag in de Spiti Vallei. Na 25 kilometer afdalen langs de rivier beginnen we aan een serieuze klim naar het klooster van Dhankar. De gompa ligt een paar honderd meter recht boven onze hoofden op de top van een gigantische klif. Zonder bagage klimmen de hoogtemeters lekker weg en bereiken we al snel het klooster. We mogen het klooster echter niet bezoeken vanwege een festival voor de oudere monniken. Sommige kindmonniken wachten buiten en beleven een hoop plezier aan onze fietsen.

Lalung Van de Engelse fietsers in Lhosar hadden we gehoord dat er een steenweg van Dhankar zou moeten lopen naar het afgelegen dorp Lalung. Die is er ook en is van de slechtste orde. De weg bestaat uit grote, scherpe stenen en levert me al gauw een lekke band op. Even later val ik na een kleine stuurfout tussen de stenen. Dit is technisch uitdagend fietswerk. Het duurt lang voordat we het erg mooie dorp Lalung bereiken. Dat was een goede tip van de Engelse gidsen. Er is een simpel hotel-restaurant in het dorp. De sfeer is dermate goed en de eigenaar is zo gastvrij, dat we ons schamen dat we de bagage in Kaza hebben liggen. De eigenaar beheert het klooster en heeft de sleutel. Met zijn vieren nemen we een kijkje in het duizend jaar oude maar volledig onbekende klooster. De fresco's zijn erg origineel en interessant. Waar de kloosters van Key, Dhankar en Tabo een terechte faam hebben opgebouwd, is dit klooster een nog niet ontdekte schat. Het dorp, het klooster, de welkome atmosfeer, het Shangri La bestaat dus toch.


Dag 28: Kaza - Tabo - Kaza 100 km

Op weg naar Tabo Vandaag voelen Willem en Jeroen niet voor fietsen. Omdat ik het klooster van Tabo nog graag wil zien, vertrek ik alleen. Tabo is het meest stroomafwaarts gelegen dorp van Spiti. De eerste kilometers tot de afslag naar Dhankar zijn dezelfde als gisteren. Vijf kilometer verder vernauwt het dal van de Spiti zich ineens en is de rivier ingeklemd tussen steile hellingen. Het rustige kabbelende ritme van de rivier is nu ook verleden tijd. Kolkend en met wild geraas stort de rivier zich met geweld naar beneden. De weg verliest hier snel hoogte, ondanks dat er ook stecige klimmetjes in de afdaling zitten. Ik ben bang dat de terugreis nog wel eens erg zwaar kan worden als ik veel hoogtemeters moet klimmen en als ik vermoedelijk een harde tegenwind zal hebben. De laatste kilometers naar Tabo zijn prachtig. Ik bevind me erg dichtbij de Tibetaanse grens hier. Ik kan de vallei zien die in Tibet omhoog voert naar de Shipki La, de belangrijke pas van de oude handelsroute die nu als gevolg van de Chinese bezetting van Tibet gesloten is.

Ik bereik Tabo, opnieuw een duizend jaar oud klooster. Het gerucht gaat dat de Dalai Lama wellicht een soort van pensioen zal houden in dit klooster. Het klooster is stylistisch erg afwijkend van de andere kloosters. Geen witte huizen deze keer maar aardebruine lemen huizen. Jammergenoeg heb ik niet al te veel tijd. Ik moet terug. Het is nog 50 kilometer voornamelijk klimwerk met een harde tegenwind. Tot nog toe heb ik met de wind nog niet te klagen gehad deze reis maar vandaag vormt daarop een uitzondering. Zelfs zonder bagage is het fietsen loodzwaar. Het duurt uren voordat ik weer terug ben in Kaza. Morgen gaan we met de bus terug over de Kunzum La en Rohtang La naar Manali.


Dag 30: Khoksar - Rohtang Pass - Manali 75 km

Het verwisselen van een band is altijd een groepsproces in India Gisteren gingen we met de bus van Kaza terug naar Manali over de Kunzum La en de Rohtang La. Althans, dat was de bedoeling. Voordat we de Kunzum La bereikten, kreeg de bus de eerste lekke band. Helaas was de reserveband niet veel beter. Er zaten grote holen en diepe scheuren in de reserveband. Het verbaasde dan ook niet dat we vijftien kilometer na de pas opnieuw stil stonden. Na uren van broeden op een besluit om door te gaan of te wachten op een mirakel, reden we langzaam naar Khoksar. Het was al 7 uur in de avond toen we arriveerden in Khoksar. Hier slaagden de buschauffeurs er niet in om een reserveband te regelen. Een nieuwe periode van besluiteloosheid brak aan. Maar niet voor ons. We wilden het mirakel niet meer afwachten. We haalden de fietsen van het dak, vonden een dhaba voor de nacht en besloten om zelf met de fiets de Rohtang La naar Manali terug over te steken.

Zo komt het dus dat we vandaag weer tegen de Rohtang La op fietsen, deze keer van de andere kant. Toentertijd was het onze eerste pas en schrokken we van het slechte wegdek tussen de pas en Khoksar. Nu zijn we juist verrast over de goede kwaliteit van ditzelfde stuk. Weliswaar is dit trajekt door de wegwerkers in de tussentijd goed onder handen genomen maar onmiskenbaar zijn we na weken gewend geraakt aan de omstandigheden. De klim naar de Rohtang Pas is vanaf Khoksar veel korter dan vanaf Manali. We genieten van de lange afdaling en vroeg in de middag bereiken we Manali.


Dag 31: Manali - Kullu - Bhuntar 50 km

Naar beneden gaan we langs de rivier de Beas. Een maand geleden fietsten we over de secundaire weg aan de overzijde van het dal. Deze keer nemen we de gemakkelijke weg. Niet erg interessant na wat we de laatste maand gezien hebben maar het is niet anders. Het is nogal een verandering om van het droge hooggebergtelandschap ineens in de warme, vochtige moessonlucht te fietsen, omringd door intens groen landschap. We verblijven 's nachts wederom, net als de heenreis, in Bhuntar.


Dag 32: Bhuntar - Manikaran - Bhuntar 70 km

Manikaran, Waar Shiva's vrouw Parvati haar heilige tranen schreide Vandaag gaan we zonder bagage op weg naar Manikaran, een heilige plek voor Hindoes, aangezien Shiva's vrouw Parvati hier tranen schreide toen een slang haar oorbellen had gestolen. Er is een warmwaterbron op de plek van Parvati's tranen.

De Parvati rivier is een zijrivier van de grotere Beas. De rivier stroomt in een nauw dal met steile flanken. Het is imposant om een dergelijk grote rivier in een smal dal te zien stromen. Het is 35 kilometer langs de rivier klimmen tot Manikaran. Het grootste deel van de weg is niet zo steil. Het is duidelijk dat de moesson Noord India nog niet heeft verlaten. Een dikke grijze wolkensoep hangt boven onze hoofden. Onverwachts blijft het de hele dag droog. We bereiken Manikaran waar we de hectiek van het dorp insnuiven. We lunchen na een paar kilometer op de terugweg waar het wat rustiger is. Een lange afdaling brengt ons terug in Bhuntar


Dag 33: Bhuntar - Bajaura - Kandi - Jogindernagar 100 km

De bergen tussen de Beas en Kangra Valleien We hebben besloten om nog door te fietsen naar Amritsar, de stad van de Gouden Tempel en de Sikhs. Amritsar is een inspirerende laatste bestemming van onze reis en het moet goed mogelijk zijn de afstand in de gegeven tijd te overbruggen. Vandaag willen we de Kangra Vallei bereiken. We moeten dan de bergen oversteken ten westen van de Beas. Het is bloedheet als we omhoog fietsen over de smalle weg die de bergen in leidt. Het landschap is overweldigend groen. We zijn niet hoger dan 1.200 meter en zodoende zijn de temperaturen veel hoger dan we de laatste weken gewend zijn. Ondanks het vochtige weer schijnt de zon en is het nog eens extra heet. Hele rivieren van zweet stromen over mijn hoofd op een erg steile passage. De smaak van het zweet wordt steeds zouter. De klim is veel steiler dan de passen tussen Manali en Leh. Toch is het klimmen op deze meer normale hoogte een stuk gemakkelijker. Na twee uur bereiken we de pas bij Kandi. Er is een theestalletje op de pas waar we een korte rustpauze nemen. We bevinden ons in de wolken nu. Na een lange klim bemerken we dat we nog altijd niet de laatste kam van de Himalaya overgestoken zijn. Er is nog een heuvelrug die ons scheidt van de Kangra Vallei en die rug is nog verrassend hoog. Veel erger, de weg tegen de heuvel is verschrikkelijk steil. Met een temperatuur van tussen 35 en 40 graden klimmen we omhoog tegen een percentage van rond de 20 %. Er is nergens schaduw. Overal om ons heen zijn wolken behalve tussen ons en de zon. Het duurt 45 hallucinerende minuten voordat we de pas bereiken. Uitgeput komen we boven waar we drinken, drinken en blijven drinken.

We zijn duizend meter boven de Indiase Laagvlakte. We hebben uitzicht over de meren, de steden, de dorpen ver beneden. Onze weg blijft echter hoog. De weg naar Dharamsala volgt de bergrug, soms aan de noordzijde, soms aan de zuidzijde. Er is nog een laatste lange klim van een uur voordat we de kleine stad Jogindernagar bereiken waar we een hotel vinden.


Dag 34: Jogindernagar - Bajinath - Palampur - Dharamsala 80 km

De 8e eeuwse Hindoe tempel van Bajinath Het eerste hoogtepunt op weg naar Dhramsala is de tempel van Bajinath. De hindoetempel is gebouwd in de 8e eeuw en is één van de oudere tempels van Noord India. De tempel heeft een buitengewone atmosfeer. Tussen alle
De heuvels om McLeodGanj zijn gehuld in de wolken goden en godinnen staat een kleurvolle Donald Duck pop van glimmend plastic. India blijft verbazen en verwonderen. Het kost nog behoorlijk wat klim- en afdaalwerk voordat we in Dharamsala zijn. Vanaf hier is het nog zeven kilometer omhoog voor we McLeodGanj bereiken, hoog in de bergen. Het is hier dat de Dalai Lama in ballingschap leeft na zijn vlucht voor de Chinese bezettingsmacht in 1959. Dit zal onze laatste klim zijn van de reis. Ik maak er een soort klimtijdrit van. De weg is erg goed en vanwege de regen is er veel zuurstof in de lucht. Na een maand 'hoogtestage' lijk ik gevoelsmatig te vliegen, zelfs met volle bepakking.


Dag 35: McLeodGanj (Dharamsala)

Van het begin tot het eind van de dag wordt er een gigantische stortvloed van regen over McLeodGanj uitgestort. De regen stopt om 7 uur in de avond. De bui heeft nogal een impact gehad. Er zijn op sommige plaatsen grote scheuren in de weg, andere gedeeltes van de weg zijn ondergraven en weggespoeld. We zien een huis dat bijn in twee is gespleten doordat het aan één zijde ondergraven is. McLeodGanj is één van de natste plaatsen op Aarde maar deze bui moet zelfs hier exceptioneel zijn. Aan de andere kant, als we om ons heen kijken, lijkt het leven door te gaan net als alle andere dagen.


Dag 36: McLeodGanj (Dharamsala) - Triund

Triund Vandaag wandelen we naar Triund. Triund is een uitzichtspunt boven McLeodGanj op een hoogte van 3.000 meter. Vanaf de alpiene weides van Triund is het mogelijk om de hoogste bergen van de Dhaula Dhar bergketen 2.000 hoogtemeters boven ons te zien en de Indiase Laagvlakte 2.500 hoogtemeters beneden ons. We hebben geluk dat het droog is na vele natte dagen op rij. De uitzichten zijn subliem, ondanks de wolkenvorming rond de bergtoppen. Als we weer zijn afgedaald naar McLeodGanj begint het spontaan weer te regenen. Het is hoog tijd om deze onaards natte plaats te verlaten.


Dag 37: McLeodGanj (Dharamsala) - Nurpur - Pathankot - Mukerian 135 km

Ik Indiase Familie We pakken onze fietsen reeds vroeg in de morgen. We bezoeken de familie waar Willem negen jaar geleden vrijwilligerswerk heeft gedaan. We worden van harte verwelkomd. Er is een hoop te bepraten. Na een lang verblijf bij de familie slagen we er toch in om 135 kilometer af te leggen. De wegen zijn goed, het terrein wordt steeds vlakker en er staat geen wind. Bij Palampur verlaten we de Himalaya voorgoed. We rijden de Punjab in, de rijstschuur van India. Op de vruchtbare vlaktes van de Punjab van India en Pakistan wordt de basmati rijst verbouwd. We slapen in de middelgrote stad Mukerian.


Dag 38: Mukerian - Batala - Amritsar 95 km

Amritsar Hevige regenbuien markeren onze laatste fietsdag in India. Alles is nat en modderig. Het is geen plezier om onder deze omstandigheden te fietsen. Er is niets te zien in dit weer. Ik begin al de kilometers af te tellen naar Amritsar. Ik heb het voor nu even gehad met fietsen.

De laatste 35 kilometer van Batala naar Amritsar verbetert het weer gelukkig. Jeroen fietst ver voor Willem en ik uit als we Amritsar bereiken. Alleen, waar is Jeroen? Hij is nergens te bekennen. Hij zou toch niet in zijn eentje de miljoenenstad binnen fietsen? Willem en ik weten niet goed wat te doen en besluiten
De Gouden Tempel, Amritsar om de stad in te fietsen naar de Gouden Tempel. Geen Jeroen te zien echter. We blijven zoeken rondom het complex maar we vinden geen spoor van Jeroen. Het is intussen zes uur later als we stomtoevallig tegen hem opbotsen als we na een telefoontje naar het thuisfront van Jeroen de telefooncel verlaten. Wat een geluk, in een stad van een miljoen inwoners! We zijn opgelucht, we hebben het gehaald! We hebben nog twee dagen in India. Morgen zullen we met de trein teruggaan naar Delhi. Dan kunnen we overmorgen met de trein op en neer naar Agra om de Taj te zien.