The Wheel of Life - Fietsen in de Indiase Himalaya
De hoogste pas van de wereld? Fietsen in de Nubra-, Lahaul-, Spiti-, Parvati- & Kangravalleien (pagina 2 van 2)
|
Dag 18: Leh - Khardung La (5.600 m) - Khardung - Diskit 115 km
De laatste dagen hebben we niet al te veel meer gefietst. Wat dat betreft hadden we een
licht programma. Maar al die tijd hing het boven ons hoofd. Letterlijk. De hoogste pas
van de wereld. Althans de hoogste die redelijkerwijs met de fiets bereikbaar is. Sebastian wil de Khardung
La een dag na onze terugkomst beklimmen in de vorm van een dagtocht op en neer. Twee dagen
later zal hij met de vliegtuig van Leh op Delhi vliegen en even later terug naar
Duitsland. Wij hebben meer tijd. We willen nog in de Spiti Vallei fietsen. Maar eerst
willen we de Khardung La oversteken en de achterliggende Nubra Vallei verkennen.
De Khardung La begint in Leh en beklimt de Ladakh bergketen ten noorden van de Indus
Vallei. De pas is volgens de kaarten en borden langs de weg 5.602 meter hoog en is de
enige connectie met de Nubra en Shyok Valleien noordelijk van Ladakh. Panamik in
de Nubra Vallei is het meest noordelijke punt dat reizigers in India kunnen bereiken.
Wegens grensproblemen met zowel China als Pakistan is het niet toegestaan verder de
Nubra Vallei in te trekken.
Het idee om tegen de hoogste pas van de wereld op te fietsen is simpelweg onweerstaanbaar.
Na vier dagen van culturele activiteiten en relaxen is vandaag de dag dat het moet
gebeuren. Met alleen dagbagage zullen Jeroen, Willem en ik proberen de pas te bereiken.
We moeten dan wel dezelfde dag zien af te dalen naar de Nubra Vallei om overnachting
te vinden in een hotel. Omdat we op deze manier licht bepakt zijn, wordt de kans om in
een dag de Nubra Vallei te bereiken aanzienlijk vergroot. Maar ook zonder bagage moeten
we niet lichtvaardig denken over de klim. Leh ligt op 3.500 meter hoogte; dat betekent
dat we meer dan 2.000 hoogtemeters zullen moeten overwinnen waarvan de tweede helft op
zeer grote hoogte.
We gaan vroeg in de morgen van start. Zoals altijd is het weer ook vandaag schitterend.
Kristalblauwe luchten met slechts een paar witte wolken om het blauw te accentueren.
Langs de oases boven Leh voert de weg omhoog. De eerste kilometers zien we dat we
de muur van de Ladakh bergketen snel naderen. Dan eindigt de groene valleibodem en
begint de weg zich omhoog te slingeren over de kale, onbegroeide bergflanken. De hellingen
zijn bezaaid met grote rotsblokken. Vegetatie is hoegenaamd afwezig. Er is geen wind
en de temperatuur is ideaal. We winnen dan ook verrassend snel hoogte. We zien de oases
steeds dieper onder ons verdwijnen. We komen een jonge vrouw tegen die haar fiets
tegen de berg omhoog duwt. We maken een praatje en vervolgen onze weg. Of ze op deze
manier de pas haalt, is onzeker. De pas is nog dertig kilometer verder omhoog. Het
lijkt niet mogelijk om de fiets zo lang tegen de berg omhoog te duwen, zeker als straks
de hoogte mee gaat spelen en de weg slechter en steiler wordt.
We bereiken South Pullu, een legerkamp waar we onze permits moeten laten zien. Vanaf
hier is het nog veertien kilometer omhoog. We moeten de keten oversteken die recht
voor ons ligt. Zoals alle Himalayawegen tot nu toe verslechtert de weg aanzienlijk
de laatste kilometers. De klim naar de Khardung La vormt geen uitzondering. De weg
is intussen behoorlijk stenig. Er zijn echter geen grote probleempassages van echt
slechte weg of diepe river crossings. Als de weg om een rotspartij heen draait,
zie ik de pas ineens voor me liggen. Ik ben verbaasd dat we nu al de pas hebben bereikt.
Is dit de hoogste pas van de wereld? En zou ik niet veel vermoeider moeten zijn nu?
Al snel zijn we alle drie boven op de pas. Onze spirit is nog hoger dan de pas,
wetende dat we een erg lange afdaling voor de boeg hebben. We krijgen veel aandacht van
de weinig Indiase toeristen die hun fotorolletjes volschieten of een kijkje nemen
in de hoogste tempel van de wereld en misschien ook de kleinste. De hoogste toiletten
van de wereld zijn gesloten.
De afdaling naar de Nubra Vallei is veel slechter dan de klim vanuit Leh. De smalle weg bestaat
uit vuistgrote stenen. We dalen niet meer dan enkele kilometers per uur. Een
enorme processie van bussen en vrachtwagens waggelt zich een weg naar boven en
maakt ons het leven zuur. Weinig zuurstof, smerige lucht, een slechte weg.
De afdaling kan nog wel even duren zo. De eerste zeven kilometer van de afdaling
kosten ons een uur. Dat is nog langzamer dan de laatste zeven kilometer van de
klim!
Gelukkig verbetert de weg nu beetje bij beetje. Vanaf de North Pullu legerbasis
is de weg weer geasfalteerd. We kunnen nu weer in volle vaart afdalen. Landschappen
glijden in en uit mijn gezichtsveld in de lange afdaling naar de Shyok en Nubra
Valleien. In zestig kilometer daalt de weg in eerste instantie af naar de Shyok
Vallei op 3.000 meter hoogte. We kunnen ook de bergen achter de Shyok Vallei in
de verte zien liggen. Deze bergen zijn veel steiler dan die van de Ladakh keten.
Het zijn de uitlopers van de Karakoram keten met de 8.600 meter hoge K2. De hoofdkam
van de Karakoram en de K2 liggen echter te noordelijk om te kunnen zien.
We naderen de Shyok Vallei. Het landschap is nog altijd erg droog maar af en toe
groeit er lavendel op de verder kale hellingen. De paarse gloed over de bergen wordt
versterkt doordat de zon hoogte begint te verliezen en het landschap in een gloedvol
strijklicht dompelt. Het mysterieuze gevoel van het obscure landchap wordt zodoende
nog eens versterkt.
Na een paar uur zijn we afgedaald in de Shyok Vallei. De bergen werpen snel
groeiende schaduwen over het dal. De rivier ligt ingeklemd tussen gigantische bergmuren.
Opvallend is om te zien dat sommige zijdalen erg groen zijn en ander weer helemaal kaal.
De bergflanken zijn sowieso kaal, de scherpe toppen zijn bedekt met sneeuw en ijs.
Elke kilometer verandert het landschap dramatisch. We bevinden ons nu in een grote
steenvlakte waar niets groeit en zijn omringd door gigantische verticale bergen waar
niets groeit. Geen boom of plant is te zien. Na een paar kilometer bereiken we de plek
van samenkomst van de Shyok en Nubra rivieren. Een immense vlakte van een paar kilometer
breed ligt hier in het midden van het ruige berglandschap. We laten de Nubra rivier
nog even voor wat ze is en blijven de Shyok volgen. We bereiken het plaatsje Diskit
waar we een hotelletje vinden en een Tibetaans restaurant waar we op gepaste
wijze de geslaagde overtocht vieren.
Dag 19: Diskit - Hundar - Diskit - Sumur - Panamik - Sumur 95 km
Vandaag zullen we de Shyok en Nubra Valleien verkennen. Eerst bezoeken we het
klooster recht boven het hotel. Een voetpad leidt steil naar boven naar
de top van de rots waarop de gompa is gebouwd. Vanuit het klooster hebben we
mooie vergezichten over de groene Shyok Vallei. Niet overal is het echter groen
in het dal. We fietsen naar Hundar waar een stuk heuse zandwoestijn ligt met
karakteristieke duinen en met even karakteristieke Bactrische kamelen. We komen niet
in de gelegenheid om de viervoeters van dichtbij te aanschouwen.
Na Hundar fietsen we naar Sumur aan de Nubra, waar we een hotel vinden. Willem en ik
fietsen zonder bagage door naar Panamik. Verder noordelijk mogen toeristen en reizigers
niet komen. Als we Panamik bereiken, blijkt dat de plek niet bepaald de gedachte
spectaculaire grand finale van de reis naar het noorden is. Er is niets te doen
en niets te zien. We keren al snel weer terug, de wind is intussen aangegroeid tot
een storm in de rug. Het begint nog harder te waaien en we zien dat zich achter
Panamik een zandstorm aan het ontwikkelen is. We fietsen zo hard als we kunnen terug
maar we maken ook foto's. Het is een spectaculair gezicht om te zien hoe de
zandstorm bezit neemt van het dal. De zandstorm nadert in razendsnel tempo. De seconde
dat we de deur van het hotel achter ons sluiten, is de wereld buiten gehuld in zand
en stof.
Dag 23: Khoksar - Khhatru - Lahaul 45 km
In Panamik hebben we min of meer het einde van de wereld bereikt. We konden simpelweg
niet meer verder noordelijk komen. We besloten om met een busje terug naar Leh te gaan
en met de bus verder naar Khoksar, de plaats waar we ook al hadden overnacht na
het oversteken van de Rohtang La, onze eerste Himalayapas. Van daar zullen we langs
de Chandra rivier stroomopwaarts fietsen. De Kunzum La scheidt de Lahaul Vallei
van de Spiti Vallei. De afgelegen Spiti Vallei heeft drie fameuze duizend jaar
oude Tibetaans-boeddhistische kloosters: de klosters van Key, Dhankar en Tabo.
Aldus zullen we vanaf Khoksar vreugdevol van start gaan na een lange, saaie, vermoeiende
en oncomfortabele busreis. Hoe kan het zijn dat de buspassgiers het idee hebben dat
fietsen zo zwaar is terwijl ze dag in dag uit een busreis als deze kunnen doorstaan?
Na een paar weken reizen in de Himalaya wisten we al dat er altijd wel weer nieuwe
problemen kunnen opduiken die we het hoofd moesten zien te bieden. Zo leerden we
omgaan met hoogte, slechte wegen en river crossings. Op weg naar Spiti zijn er de
geiten. En schapen. En die hebben een heleboel vrienden! Elke paar minuten die we
kunnen doorrijden, wordt gevolgd door net zoveel minuten dat we vastzitten in een kudde
geiten. Het is een leuke belevenis om tegen de stroom van een geitenkudde in te
roeien. De dieren voegen weer een nieuw element toe aan de couleur locale en de
vastlopers in een kudde vormen welkome ruspauzes. Wel merk ik dat de combinatie van
het oversteken van een river crossing en een geitenkudde rendezvous een garantie is
voor natte schoenen.
Helaas verslechtert het weer. We zijn nu veel zuidelijker dan voorheen en het is
slechts de Pir Panjal bergketen die het dal scheidt van het moessonklimaat ten zuiden
van ons. Een moessonaanval kan gemakkelijk over de bergrug heenbreken, zo blijkt.
Het giet ijskoud water. Gelukkig hebben we daar geen last van aangezien we tijdig een dhaba
hebben kunnen vinden waar we de tijd doden met steeds nieuwe bestellingen van thee
en biscuitjes. Na twee uur is de bui al weer voorbij en fietsen we door naar een
dhaba verderop in het dal. Ik heb wat maagproblemen en duik zonder eten mijn
slaapzak in.
Dag 24: Lahaul - Kunzum La - Lhosar 45 km
Na onze eerste koude nacht in de Himalaya zijn we blij als de machtige bergrug van
de Pir Panjal door de eerste zonnestralen beschenen wordt. We vertrekken vroeg in de
morgen. De landschappen die we doortrekken zijn buitengewoon ruig. Gigantische
rotswanden flankeren het dal. Reusachtige gletsjers komen van de hoge ijstoppen naar
beneden; sommige reiken bijna tot aan het dal. We fietsen door grote velden met
rotsblokken die zo groot zijn als complete huizen. De weg bestaat uit grote stenen.
Het is zwaar terrein maar niet te zwaar. We vorderen langzaam maar gestaag over de
eenzame weg. Ondanks de afwezigheid van verkeer is er toch nog een laatste theestalletje
voordat de weg omhoog slingert voor de slotklim naar de Kunzum La. We blijven
langdurig zitten, genietend van de uitzichten, de zon en de thee.
Na de pauze klimmen we snel boven het dal uit. Zigzaggend gaan we omhoog. Vele
haarspeldbochten boven onze hoofden zien we de helling langzaam steeds minder steil
worden. Tot aan het verste punt zullen we minimaal moeten klimmen voordat we de pas
hebben bereikt. Ondanks alle passen die we al hebben gedaan, is het toch weer een
uitputtende inspanning. Gelukkig is de pas niet hoger dan vanaf beneden leek. Doorgaans
is dat wel het geval en is er nog meer klimwerk te doen. Deze keer hebben we geluk
en we staan bovenop de 4.554 meter hoge Kunzum La, de verbindingspas met Spiti.
Niet de hoogste pas maar wel één van de meest imponerende.
We hoeven nu aalleen nog maar te dalen naar de Spiti Vallei. We zien dat de bergen ten oosten
van de pas niet zo hoog en steil zijn als de Pir Panjal bergen westwaarts. De bergen
mogen dan hebben ingeboet aan grandeur, ze hebben gewonnen aan subtiliteit. De bergen
zijn gecomponeerd uit een duizendtal verschillende kleuren. De nuances van het
palet veranderen continu als we bij het voortschrijden de omgeving onder steeds
veranderende gezichtspunten zien. Hotsend en klotsend stuiteren we naar beneden
over de steenweg. Al snel bereiken we het bovenstroomse gedeelte van de Spiti Vallei.
Door de vlakke, brede, met rotsen bedekte vallei trekken we voort en al snel bereiken
we het eerste dorp van de vallei. In het vriendelijke dorp Lhosar blijven we hangen.
We geven ons over aan een loom middagprogramma. In het restaurant-hotel treffen we
verrassend genoeg een groep mountainbikers aan. Ze eten een verlate lunch. Een Engelse
jongen en een Engels meisje gidsen de groep en geven ons tal van tips uit de eerste
hand over de fietsmogelijkheden in de Indiase Himalaya.
Dag 25: Lhosar - Hanse - Kaza 60 km
Vandaag wordt een gemakkelijke dag. Zestig vlakke kilometers scheiden ons van Kaza,
de hoofdstad van het Spiti distrikt. We hebben vernomen dat de weg van de Spiti Vallei
naar Shimla over een lengte van tweehonderd kilometer is gesloten als gevolg van door
overstromingen weggeslagen bruggen over de grote Sutlej rivier. We besluiten dat we,
gezien de beperkte tijd die we tot onze beschikking hebben, de onzekere doorsteek
naar Shimla en de Indiase Laagvlakte niet zullen proberen te maken. We hebben pech gehad.
We zullen tot Kaza fietsen en van daaruit dagtochten maken naar de fameuze kloosters
van het Spitidal.
De landschappen zijn wederom van de overtreffende trap maar desondanks heb ik geen
geïnspireerde dag. Na een paar honderd meter fietsen heb ik al een lekke band
als gevolg van een hele grote spijker. Mijn buitenband is kapot en moet ook vervangen
worden. Nog geen minuut later heb ik alweer een nieuwe lekke band en vijf minuten
later heb ik een derde lekke band. Ik ben vandaag niet goed in staat om te gaan met
de malheur en alleen omdat de pechdemonen me hebben verlaten, komt de spirit langzaam
weer terug. Dat mag ook wel, in een dermate adembenemend landschap. We bereiken Kaza
waar we een overnachtingsplaats vinden voor de komende nachten.
Dag 26: Kaza - Key - Kibber - Key - Kaza 40 km
De eerste van onze dagtochten brengt ons naar het klooster van Key en vervolgens naar
Kibber. Het klooster van Key is een juweel. De kleine, witte kloosterwoningen
zijn tegen een perfekte kegelvormige rotspunt aangeplakt. De nieuwe tempel staat
boven op de top. Het klooster is duizend jaar oud en is daarmee één van de
oudste Boeddhistische kloosters in de Himalaya. We worden uitgenodigd voor de gebruikelijke
rituele kop thee.
Na twee uur verlaten we het klooster en klimmen naar het dorp Kibber. Fietsen zonder
bagage gaat verrassend comfortabel. Zelfs de hoogte boven 4.000 meter lijk ik nauwelijks
meer te voelen. Kibber is volgens de reisgidsen het hoogste dorp ter wereld. Het ligt
op 4.200 meter. Ik ben er zeker van dat de claim van hoogste dorp volkomen onterecht
is. In Peru en in Bolivia ben ik in hogere dorpen geweest. In Peru is er zelfs een
grote stad op een hoogte van ruim 4.200 meter (Cerro de Pasco) en een mijnstadje op
4.600 meter (Morococha). Deze ongefundeerde claim bewijst niet veel meer dan dat er
in India nogal ruimhartig met feitelijkheden wordt omgesprongen. De geloofwaardigheid
van de claim dat de Khardung La de hoogste pas ter wereld is, zakt nog wat verder weg.
Wel moeten we constateren dat Kibber alleraardigst gelegen is en zeker een kort bezoek
waard.
Dag 27: Kaza - Dhankar - Lalung - Kaza 70 km
De tweede dagtocht brengt ons dieper omlaag in de Spiti Vallei. Na 25 kilometer afdalen
langs de rivier beginnen we aan een serieuze klim naar het klooster van Dhankar.
De gompa ligt een paar honderd meter recht boven onze hoofden op de top van een gigantische
klif. Zonder bagage klimmen de hoogtemeters lekker weg en bereiken we al snel het klooster.
We mogen het klooster echter niet bezoeken vanwege een festival voor de oudere monniken.
Sommige kindmonniken wachten buiten en beleven een hoop plezier aan onze fietsen.
Van de Engelse fietsers in Lhosar hadden we gehoord dat er een steenweg van Dhankar
zou moeten lopen naar het afgelegen dorp Lalung. Die is er ook en is van de slechtste
orde. De weg bestaat uit grote, scherpe stenen en levert me al gauw een lekke band op.
Even later val ik na een kleine stuurfout tussen de stenen. Dit is technisch uitdagend
fietswerk. Het duurt lang voordat we het erg mooie dorp Lalung bereiken. Dat was een goede
tip van de Engelse gidsen. Er is een simpel hotel-restaurant in het dorp. De sfeer
is dermate goed en de eigenaar is zo gastvrij, dat we ons schamen dat we de bagage in
Kaza hebben liggen. De eigenaar beheert het klooster en heeft de sleutel. Met zijn vieren
nemen we een kijkje in het duizend jaar oude maar volledig onbekende klooster. De fresco's
zijn erg origineel en interessant. Waar de kloosters van Key, Dhankar en Tabo een
terechte faam hebben opgebouwd, is dit klooster een nog niet ontdekte schat. Het
dorp, het klooster, de welkome atmosfeer, het Shangri La bestaat dus toch.
Dag 28: Kaza - Tabo - Kaza 100 km
Vandaag voelen Willem en Jeroen niet voor fietsen. Omdat ik het klooster van Tabo
nog graag wil zien, vertrek ik alleen. Tabo is het meest stroomafwaarts gelegen
dorp van Spiti. De eerste kilometers tot de afslag naar Dhankar zijn dezelfde als gisteren.
Vijf kilometer verder vernauwt het dal van de Spiti zich ineens en is de rivier
ingeklemd tussen steile hellingen. Het rustige kabbelende ritme van de rivier is nu
ook verleden tijd. Kolkend en met wild geraas stort de rivier zich met geweld naar
beneden. De weg verliest hier snel hoogte, ondanks dat er ook stecige klimmetjes
in de afdaling zitten. Ik ben bang dat de terugreis nog wel eens erg zwaar kan worden
als ik veel hoogtemeters moet klimmen en als ik vermoedelijk een harde tegenwind
zal hebben. De laatste kilometers naar Tabo zijn prachtig. Ik bevind me erg dichtbij
de Tibetaanse grens hier. Ik kan de vallei zien die in Tibet omhoog voert naar de
Shipki La, de belangrijke pas van de oude handelsroute die nu als gevolg van de
Chinese bezetting van Tibet gesloten is.
Ik bereik Tabo, opnieuw een duizend jaar oud klooster. Het gerucht gaat dat de Dalai
Lama wellicht een soort van pensioen zal houden in dit klooster. Het klooster is
stylistisch erg afwijkend van de andere kloosters. Geen witte huizen deze keer maar
aardebruine lemen huizen. Jammergenoeg heb ik niet al te veel tijd. Ik moet terug.
Het is nog 50 kilometer voornamelijk klimwerk met een harde tegenwind. Tot nog toe
heb ik met de wind nog niet te klagen gehad deze reis maar vandaag vormt daarop een
uitzondering. Zelfs zonder bagage is het fietsen loodzwaar. Het duurt uren voordat ik weer
terug ben in Kaza. Morgen gaan we met de bus terug over de Kunzum La en Rohtang La
naar Manali.
Dag 30: Khoksar - Rohtang Pass - Manali 75 km
Gisteren gingen we met de bus van Kaza terug naar Manali over de Kunzum La en de Rohtang
La. Althans, dat was de bedoeling. Voordat we de Kunzum La bereikten, kreeg de bus
de eerste lekke band. Helaas was de reserveband niet veel beter. Er zaten grote
holen en diepe scheuren in de reserveband. Het verbaasde dan ook niet dat we
vijftien kilometer na de pas opnieuw stil stonden. Na uren van broeden op een besluit om
door te gaan of te wachten op een mirakel, reden we langzaam naar Khoksar. Het was
al 7 uur in de avond toen we arriveerden in Khoksar. Hier slaagden de buschauffeurs
er niet in om een reserveband te regelen. Een nieuwe periode van besluiteloosheid brak
aan. Maar niet voor ons. We wilden het mirakel niet meer afwachten. We haalden de fietsen
van het dak, vonden een dhaba voor de nacht en besloten om zelf met de fiets de
Rohtang La naar Manali terug over te steken.
Zo komt het dus dat we vandaag weer tegen de Rohtang La op fietsen, deze keer van
de andere kant. Toentertijd was het onze eerste pas en schrokken we van het slechte
wegdek tussen de pas en Khoksar. Nu zijn we juist verrast over de goede kwaliteit
van ditzelfde stuk. Weliswaar is dit trajekt door de wegwerkers in de tussentijd goed
onder handen genomen maar onmiskenbaar zijn we na weken gewend geraakt aan de
omstandigheden. De klim naar de Rohtang Pas is vanaf Khoksar veel korter dan vanaf
Manali. We genieten van de lange afdaling en vroeg in de middag bereiken we Manali.
Dag 31: Manali - Kullu - Bhuntar 50 km
Naar beneden gaan we langs de rivier de Beas. Een maand geleden fietsten we over
de secundaire weg aan de overzijde van het dal. Deze keer nemen we de gemakkelijke
weg. Niet erg interessant na wat we de laatste maand gezien hebben maar het is niet
anders. Het is nogal een verandering om van het droge hooggebergtelandschap ineens
in de warme, vochtige moessonlucht te fietsen, omringd door intens groen landschap.
We verblijven 's nachts wederom, net als de heenreis, in Bhuntar.
Dag 32: Bhuntar - Manikaran - Bhuntar 70 km
Vandaag gaan we zonder bagage op weg naar Manikaran, een heilige plek voor Hindoes,
aangezien Shiva's vrouw Parvati hier tranen schreide toen een slang haar oorbellen had
gestolen. Er is een warmwaterbron op de plek van Parvati's tranen.
De Parvati rivier is een zijrivier van de grotere Beas. De rivier stroomt in een nauw
dal met steile flanken. Het is imposant om een dergelijk grote rivier in een smal
dal te zien stromen. Het is 35 kilometer langs de rivier klimmen tot Manikaran. Het
grootste deel van de weg is niet zo steil. Het is duidelijk dat de moesson
Noord India nog niet heeft verlaten. Een dikke grijze wolkensoep hangt boven onze
hoofden. Onverwachts blijft het de hele dag droog. We bereiken Manikaran waar we
de hectiek van het dorp insnuiven. We lunchen na een paar kilometer op de terugweg
waar het wat rustiger is. Een lange afdaling brengt ons terug in Bhuntar
Dag 33: Bhuntar - Bajaura - Kandi - Jogindernagar 100 km
We hebben besloten om nog door te fietsen naar Amritsar, de stad van de Gouden Tempel
en de Sikhs. Amritsar is een inspirerende laatste bestemming van onze reis en het
moet goed mogelijk zijn de afstand in de gegeven tijd te overbruggen. Vandaag willen
we de Kangra Vallei bereiken. We moeten dan de bergen oversteken ten westen van de Beas.
Het is bloedheet als we omhoog fietsen over de smalle weg die de bergen in leidt.
Het landschap is overweldigend groen. We zijn niet hoger dan 1.200 meter en zodoende
zijn de temperaturen veel hoger dan we de laatste weken gewend zijn. Ondanks het
vochtige weer schijnt de zon en is het nog eens extra heet. Hele rivieren van zweet
stromen over mijn hoofd op een erg steile passage. De smaak van het zweet wordt
steeds zouter. De klim is veel steiler dan de passen tussen Manali en Leh. Toch
is het klimmen op deze meer normale hoogte een stuk gemakkelijker. Na twee uur
bereiken we de pas bij Kandi. Er is een theestalletje op de pas waar we een korte
rustpauze nemen. We bevinden ons in de wolken nu. Na een lange klim bemerken we
dat we nog altijd niet de laatste kam van de Himalaya overgestoken zijn. Er is nog
een heuvelrug die ons scheidt van de Kangra Vallei en die rug is nog verrassend
hoog. Veel erger, de weg tegen de heuvel is verschrikkelijk steil. Met een temperatuur
van tussen 35 en 40 graden klimmen we omhoog tegen een percentage van rond de 20 %.
Er is nergens schaduw. Overal om ons heen zijn wolken behalve tussen ons en de zon.
Het duurt 45 hallucinerende minuten voordat we de pas bereiken. Uitgeput komen we
boven waar we drinken, drinken en blijven drinken.
We zijn duizend meter boven de Indiase Laagvlakte. We hebben uitzicht over de meren,
de steden, de dorpen ver beneden. Onze weg blijft echter hoog. De weg naar Dharamsala
volgt de bergrug, soms aan de noordzijde, soms aan de zuidzijde. Er is nog een
laatste lange klim van een uur voordat we de kleine stad Jogindernagar bereiken
waar we een hotel vinden.
Dag 34: Jogindernagar - Bajinath - Palampur - Dharamsala 80 km
Het eerste hoogtepunt op weg naar Dhramsala is de tempel van Bajinath. De hindoetempel
is gebouwd in de 8e eeuw en is één van de oudere tempels van Noord India.
De tempel heeft een buitengewone atmosfeer. Tussen alle
goden en godinnen staat een kleurvolle Donald Duck pop van glimmend plastic. India
blijft verbazen en verwonderen. Het kost nog behoorlijk wat klim- en afdaalwerk
voordat we in Dharamsala zijn. Vanaf hier is het nog zeven kilometer omhoog voor
we McLeodGanj bereiken, hoog in de bergen. Het is hier dat de Dalai Lama in ballingschap
leeft na zijn vlucht voor de Chinese bezettingsmacht in 1959. Dit zal onze laatste klim
zijn van de reis. Ik maak er een soort klimtijdrit van. De weg is erg goed en vanwege
de regen is er veel zuurstof in de lucht. Na een maand 'hoogtestage' lijk ik
gevoelsmatig te vliegen, zelfs met volle bepakking.
Dag 35: McLeodGanj (Dharamsala)
Van het begin tot het eind van de dag wordt er een gigantische stortvloed van regen
over McLeodGanj uitgestort. De regen stopt om 7 uur in de avond. De bui heeft nogal een impact
gehad. Er zijn op sommige plaatsen grote scheuren in de weg, andere gedeeltes van de
weg zijn ondergraven en weggespoeld. We zien een huis dat bijn in twee is gespleten
doordat het aan één zijde ondergraven is. McLeodGanj is één van
de natste plaatsen op Aarde maar deze bui moet zelfs hier exceptioneel zijn. Aan de andere
kant, als we om ons heen kijken, lijkt het leven door te gaan net als alle andere dagen.
Dag 36: McLeodGanj (Dharamsala) - Triund
Vandaag wandelen we naar Triund. Triund is een uitzichtspunt boven McLeodGanj
op een hoogte van 3.000 meter. Vanaf de alpiene weides van Triund is het mogelijk om
de hoogste bergen van de Dhaula Dhar bergketen 2.000 hoogtemeters boven ons te zien en de
Indiase Laagvlakte 2.500 hoogtemeters beneden ons. We hebben geluk dat het droog is
na vele natte dagen op rij. De uitzichten zijn subliem, ondanks de wolkenvorming rond
de bergtoppen. Als we weer zijn afgedaald naar McLeodGanj begint het spontaan weer
te regenen. Het is hoog tijd om deze onaards natte plaats te verlaten.
Dag 37: McLeodGanj (Dharamsala) - Nurpur - Pathankot - Mukerian 135 km
We pakken onze fietsen reeds vroeg in de morgen. We bezoeken de familie waar Willem
negen jaar geleden vrijwilligerswerk heeft gedaan. We worden van harte verwelkomd.
Er is een hoop te bepraten. Na een lang verblijf bij de familie slagen we er toch
in om 135 kilometer af te leggen. De wegen zijn goed, het terrein wordt steeds vlakker
en er staat geen wind. Bij Palampur verlaten we de Himalaya voorgoed. We rijden de Punjab
in, de rijstschuur van India. Op de vruchtbare vlaktes van de Punjab van India en Pakistan
wordt de basmati rijst verbouwd. We slapen in de middelgrote stad Mukerian.
Dag 38: Mukerian - Batala - Amritsar 95 km
Hevige regenbuien markeren onze laatste fietsdag in India. Alles is nat en modderig.
Het is geen plezier om onder deze omstandigheden te fietsen. Er is niets te zien in
dit weer. Ik begin al de kilometers af te tellen naar Amritsar. Ik heb het voor nu
even gehad met fietsen.
De laatste 35 kilometer van Batala naar Amritsar verbetert het weer gelukkig. Jeroen
fietst ver voor Willem en ik uit als we Amritsar bereiken. Alleen, waar is Jeroen?
Hij is nergens te bekennen. Hij zou toch niet in zijn eentje de miljoenenstad binnen
fietsen? Willem en ik weten niet goed wat te doen en besluiten
om de stad in te fietsen naar de Gouden Tempel. Geen Jeroen te zien echter.
We blijven zoeken rondom het complex maar we vinden geen spoor van Jeroen. Het is
intussen zes uur later als we stomtoevallig tegen hem opbotsen als we na een telefoontje
naar het thuisfront van Jeroen de telefooncel verlaten. Wat een geluk, in een stad
van een miljoen inwoners! We zijn opgelucht, we hebben het gehaald! We hebben nog twee dagen
in India. Morgen zullen we met de trein teruggaan naar Delhi. Dan kunnen we overmorgen
met de trein op en neer naar Agra om de Taj te zien.
|