startpagina foto's kaart statistieken

foto's

Een Arctische Droom - Fietsen naar de Noordkaap

Van Stavanger naar Trondheim (pagina 1 van 2)

Noorwegen:
Day 1
Stavanger

Day 2
Lysefjord

Day 3
Setesdal

Day 4
Rjukan

Day 5
Geilo

Day 6
Rallarvegen

Day 7
Aurland

Day 8-9
Jotunheimen

Day 10
Geirangerfjord

Day 11
Ålesund

Day 12
Trollstigen

Day 14
Kristiansund

Day 15
Trondheim

Day 18
Namsos

Day 19-23
Nordland

Day 24-25
Lofoten

Day 25-26
Vesterålen

Day 27
Tromsø

Day 28
Lyngsfjellan

Day 29-31
Finnmark

Day 31
Noordkaap

Dag 0: Hjørring - Hirtshals (Denemarken)/ Stavanger (Noorwegen) 40 km

Stavanger Reizen in het openbaar vervoer kan een stressvolle aangegelegenheid zijn als je een fiets mee moet nemen. Niet in Duitsland en Denemarken. Ondanks de vele overstaps heb ik aan het einde van de dag keurig het hele stuk tussen mijn woonplaats in Nederland en Noord Denemarken overbrugd. Ik had besloten om mijn fietsreis naar de Noordkaap in Zuid Noorwegen te beginnen om op deze manier zo veel mogelijk tijd in de mij zo geliefde berglandschappen door te brengen alvorens meters te maken richting de Noordkaap.

Het is een uur 's nachts als ik Hjørring bereik. Treinen gaan niet verder noordwaarts naar Hirtshals, de plaats waar de veerboot vertrekt. Ik stap uit en zal op zoek moeten gaan naar een overnachtingsplaats.

Ik beland in Hjørring niet bepaald in een warm bad. Er zijn alleen maar mannen op straat, allemaal dronken. Ik besluit om een zoektocht naar een hotel onmiddellijk af te breken. Ik zal maar vast een stuk in de richting van Hirtshals fietsen.

Het valt nog niet mee om op de onverlichte wegen de weg te vinden. Ik kan de borden niet lezen en fiets lukraak door de heuvels totdat ik een goede kampplaats vind op de top van een heuvel bij een zendmast.

Na een korte slaap word ik wakker van het vroege morgenlicht en fiets de laatste kilometers naar Hirtshals. Ik ben veel te vroeg voor de eerste bootovertocht naar Stavanger om 9 uur. Het plan om in Kristiansand te beginnen valt af aangezien ik dan nog 4 uur langer zou moeten wachten.

En zo bereik ik om half zes in de avond het centrum van Stavanger, de stad met zijn houten huisjes. Er schijnen er meer van te zijn dan welke andere stad in Europa. Het is een goede plaats om aan de reis te beginnen.


Dag 1: Stavanger - Tau - Jørpeland - Preikestolen - Preikestolhytta 26 km

Op de top van de Preikestolen boven het Lysefjord In tegenstelling tot de fietsreis in de Indiase Himalaya met Willem Hoffmans en Jeroen van Meijgaarden vorige jaar, zal ik deze keer voornamelijk in mijn eentje fietsen. In Trondheim zal ik wel andere vrienden, Menno Faber en Klaartje Arntzen, ontmoeten. Menno, Klaartje en ik zullen een paar dagen samen fietsen maar verder zal ik het alleen moeten doen. Het wordt mijn eerste solotocht sinds mijn avonturen in Zuid-Amerika in 2003.

De fietsreis begint met... een nieuwe bootovertocht! Een blauwe hemel bedekt de blauwe zee. De veeroversteek voert langs tal van kleine eilanden. Een oude man vertelt me dat op het kleine eiland dat we rechts voorbij varen, toch nog twee boerengezinnen weten te overleven. Een veerverbinding gaat twee maal per dag op en neer. De veerboot baant zich een weg tussen de eilanden en vaart recht op een wild heuvellandschap af. Verder landinwaarts worden de bergen alleen maar hoger. Dat ziet er goed uit voor de komende dagen. Vandaag zal ik niet verder fietsen dan de Preikestolhut, vanaf waar ik omhoog zal lopen naar de beroemde Preikestolen, een gigantische rotsklif boven het Lysefjord.

Ik kom aan land in Tau. Langs de kust fiets ik naar Jørpeland en verder door naar Jossang door groene heuvels. Vanaf Jossang leidt een steile weg in vijf kilometer naar de hut. Ik eet mijn eerste maaltijd Rømmegrøt en begin de wandeling naar de 706 meter hoge Preikestolen.

Kampeerplek bij de Preikestolhut Het is geweldig goed weer. Het is bijna dertig graden en er is geen wolkje aan de hemel. Het is zondag en veel Noren zijn eveneens op weg naar de Preikestolen. Ook zonder de de rots en zonder het fjord is de wandeling naar de Preikestolen erg mooi. De weg voert door wild, groen heuvellandschap. Na een paar kilometer bereik ik een pas en heb een eerste blik in de dieptes van het Lysefjord. Daarna gaat de weg op en neer langs de kam van de bergrug. Soms zijn er spectaculaire uitzichten naar het fjord in de diepte. Het bereiken van de Preikestolen is een spectaculair moment. Wel honderd mannen en vrouwen zitten op elkaar gepakt op het kleine rotsblok dat ruim zevenhonderd duizelingwekkende meters verticaal boven het turquoise fjordwater hangt. Vanaf het blok is er een schitterend uitzicht over de hele lengte van het fjord. Het uitzicht is het eerste Noorse hoogtepunt, een tweede Rømmegrøt maaltijd in de Preikestolhut en wild kamperen aan de oever van het meer zijn respectievelijk het tweede en derde hoogtepunt.


Dag 2: Preikesolhytta - Kvalåg - Forsand - Lysebotn - Sirdal 68 km

Het einde van het Lysefjord Het uitzicht over de Preikestolen was een geweldig voorproefje van wat komen gaat. Vandaag zal ik eerst terugkeren naar het Lysefjord. Ik wil over de hoogvlaktes naar het Setesdal reizen. Met een veerboot zal ik naar het einde van de Lysefjord varen om van daar naar de hoogvlakte te klimmen. Maar eerst zal ik naar het Lysefjord moeten fietsen.

Een laag van wolken hangt boven de bergen en de zee. De weg naar het Lysefjord voert langs kleine vissersdorpen. De hoofdroute is me te druk maar de kronkelige weg langs de kust bij Kvalåg heeft een speciale atmosfeer. Ondanks dat ik langs de kust fiets, klimt en daalt de weg continu over kleine heuvelruggen. Ik trek door donkere bossen, open grasvlaktes, kleine baaien en soms vang ik een glimp op van het berglandschap landinwaarts. Ik ontmoet twee aardige, interessante Zwitserse fietsers. Ze hebben onder meer in Szechuan in China gefietst. Samen fietsen we naar de grote brug over het Lysefjord. Daar nemen we alweer afscheid. Zij zijn op weg naar het zuiden, ik fiets oostwaarts. In Forsand wacht ik op de veerboot naar het einde van het fjord in Lysebotn.

De veerboot naar Lysebotn voert door een duizelingwekkende verticale wereld. Ik zie de Preikestolen opnieuw, deze keer van beneden. Even voor Lysebotn springen basejumpers bijna duizend verticale meters naar beneden vanaf een steile klif om de parachute op het laatste moment uit te klappen boven een kleine weide. Lyse is het Noors woord voor licht. Een gedempt lichtgrijs licht valt tussen de donkere kliffen en reflecteert glinsterend wit op het golvende wateroppervlak. Het contrast met het volle turquoise van gisteren kon niet groter zijn.

Op de Lyseheiene hoogvlakte Na een paar uur bereikt de veerboot Lysebotn, het einde van het fjord. Nu begint het echte werk. Met 26 haarspeldbochten klimt de weg naar een uitzichtpunt op 800 meter hoogte. Onderweg is er een tunnel van meer dan een kilometer. De weg voert met gemiddeld 10 % stijging omhoog. Dat is steiler dan Alpenpassen en een goede test van mijn conditie. Ik bereik na 8 kilometer het uitzichtpunt. Daarna wordt de klim nog steiler. Twee kilometer verder sta ik al op 1.000 meter hoogte, dik boven de boomgrens. Dan vlakt de klim af en even later sta ik op de hoogvlakte. De Lyseheiene is een groot granitisch plateau. Een wilde mozaïek van kale rots, grasland en meren, steile heuvels en pokdalige depressies ligt voor me. De Hoogvlakte is dus zeker niet vlak. De wolkenlaag direkt boven de vlakte begint te breken. Flarden wolken jagen om me heen. Als ik oostwaarts trek, verdwijnen ook de laatste wolkenresten maar niet de wind. Die jaagt vrij en onbelemmerd over de vlakte. Na de moordklim is het beste er wel af bij mij. Het is al in de avond als ik afdaal in het prachtige Sirdal waar ik een fijne camping vind.


Dag 3: Sirdal-Valle-Bykle-Hovden-Haukeli 144 km

Sirdalsheiene Avondmaaltijden zijn veelal niet zo bijzonder in Noorwegen maar het ontbijt is superieur. Zodra de winkel opent, koop ik vers brood dat vol van smaak is. Salades zijn ook erg lekker evenals jam. Noorse kazen zijn doorgaans wat saai.

Ik heb nog steeds geluk met het weer. Er is geen wolk aan de hemel. Na het doorkruisen van de vlakte, daal ik af in het Setesdal. Ik begin de dag met een klim terug naar de Hooglanden. Deze klim is niet zo lang omdat ik al hoog begin. Na 45 minuten bereik ik de Sirdalsheiene, de hoogvlakte tussen het Sirdal en het Setesdal. Dit is een echte hoogvlakte: vlak, wijds, eindeloos. Opnieuw is er veel water. Kleine meren, grote meren. Nergens in het landschap is geen water zichtbaar. Na een lange afdaling, bereik ik de vallei om een uur in de middag.

Setesdal Het Setesdal loopt vanaf de Hooglanden honderd kilometer noordelijk van hier naar het zuiden om te eindigen in Kristiansand. Ik fiets noordwaarts door het dal, wat betekent dat ik een lange vals plat klim voor de boeg heb. Het Setesdal is een kilometer breed en wordt geflankeerd door steile rotswanden. De valleibodem is het terrein van naaldbomen. Soms is er een dorp dat wordt omring door grasland. Af en toe passeer ik een langgerekt meer. Omdat de vallei relatief laag ligt, loopt de temperatuur hoog op. Het is dertig graden, ongewoon warm voor Noorse begrippen. Er staat wel een stevige tegenwind. De dorpjes zijn lieflijk en er zijn tal van andere rustplaatsen langs de weg, zo nu en dan maak ik daar dankbaar gebruik van. De kerk van Bykle is een mooie rustplaats. Een andere keer rust ik aan de rivier. Ik maak goed gebruik van het mooie weer en fiets lang door. Het is al laat in de avond als ik van Hovden de hoogvlakte op fiets. De nauwe vallei maakt plaats voor een breed, open landschap. Er zijn grootse uitzichten over eenzame bergruggen naar het noorden en naar het oosten. Dat wordt het toneel van de voorstelling van morgen en overmorgen. Ik kijk er nu al naar uit. Nu volgt echter de afdaling naar Haukeli. Daar breng ik de nacht door op de plaatselijke camping.


Dag 4: Haukeli - Rauland - Rjukan - Austbygdi 123 km

Het Meer van Tatok De weg begint direkt te klimmen als ik Haukeli verlaat. Ik stop op de pas waar ik ontbijt. Ver beneden ligt het meer van Tatok tussen steile berghellingen met naaldbomen. Het is nog fris zo vroeg in de morgen maar de zon brengt daar nu snel verandering in. Als ik uitgegeten ben, is het al warm.

Binnen enkele minuten heb ik afgedaald. Er zijn enkele boerennederzettingen aan het meer. Langs de oevers fiets ik in complete stilte tussen de groene bergen en het blauwe meer. Zelfs de wind is afwezig. Het wateroppervlak is rimpelloos. In Rauland stop ik bij een café. De ober hoort dat ik van plan ben om naar de Noordkaap te fietsen en enkele minuten later komt de uitbater van het complex aan mijn tafel. Hij is erg geïnteresseerd in mijn verhaal. Hij vraagt naar mijn mening over het complex en vraagt zich af hoe hier meer klanten te krijgen. Ik denk dat het probleem is dat er maar weinig toeristen deze mooie route nemen en zodoende zijn er ook weinig potentiële klanten. De bekendheid van de route en van het Meer van Tatok moet denk ik omhoog. Het moet in de toeristenbrochures komen.

Het Meer van Tinnsjå Na Rauland klim ik naar een plateau met uitzicht over de hoger gelegen Hardangervidda hoogvlakte. Langs het enorme Møsvatnet Meer blijf ik nog lange tijd op hoogte maar dan verlaat de weg de hoogvlakte en daal ik af in een diepe, steile, groene vallei. De spectaculaire afdaling voert naar Rjukan, aan de voet van de 1.883 meter hoge Gaustatoppen. Voorbij Rjukan daalt de weg nog wat verder naar het Tinnsjå Meer, dat niet hoger ligt dan 200 meter boven zeeniveau. Het is minstens dertig graden als ik de camping van Austbygdi bereik. Het weer is domweg te goed voor Noorse begrippen. Een uur na aankomst breekt een onweersbui los aan de andere kant van het meer. De bui blijft daar hangen, zodat we vanuit de camping wel de mooie uitzichten hebben maar niet de regen.


Dag 5: Austbygdi - Tessungdalen - Uvdal - Geilo 94 km

Tessungdalen De dag opent bewolkt maar als ik mijn fiets heb gepakt, heeft de zon de mist alweer verdreven. Het is dus opnieuw zonnig. Ik klim steil omhoog door de nauwe Tessungdalen Vallei. Een fijne lokale weg zonder verkeer voert omhoog door de uitgebreide bossen. Na een uur bereik ik een brede, eenzame vallei met graslanden en een paar verspreide boerderijen. Ik ben niet ver onder de boomgrens nu. Ik heb mooie vergezichten door de vallei naar de rand van de hoogvlakte van de Hardangervidda. Na tien kilometer verlaat de weg het dal en klimt steil omhoog. Ik bereik een vlak plateau met kale graslanden. Ik kan wel honderd kilometer voor me uitkijken. Voor het eerst zie ik besneeuwde bergtoppen, hoewel ver weg. Dat is het terrein van morgen. Eerst volgt een lange afdaling en een aantal middelgrote klims en afdalingen. Deze laatste vijftig kilometer zijn niet zo interessant meer maar brengen me in de buurt van de beroemde Rallarvegen, een onverharde weg die de hoogvlakte van de noordelijke Hardangervidda oversteekt, een ijskap passeert en daarna daalt in het Aurlandsfjord.


Dag 6: Geilo - Haugastøl - Finse - Flåm 111 km

Haugastøl Ik ontmoet twee Zwitserse fietsers in de bakkerij van Geilo. Zij hebben de Rallarvegen van de andere kant gefietst. We discussiëren over fietsroutes in Noorwegen en Zuid-Amerika. Na een uur verlaten we de bakker. Zij trekken voort naar het oosten richting, ik in tegengestelde richting. In tien kilometer klim ik naar de hooglanden en na nog twaalf vlakke kilometers langs het Ustevatnet Meer kom ik aan het begin van de Rallarvegen in Haugastøl. Het meer ligt net boven de boomgrens en er zijn prachtige uitzichten over het 1.933 meter hoge Hallingskarvet Massief.

De Rallarvegen is waarschijnlijk het meest bekende fietspad van Noorwegen. Een negentig kilometer lange, onverharde weg steekt het noordelijke gedeelte van de Hardangervidda over, vlak langs de Hardangerjøkulen ijskap, alvorens de weg steil afdaalt naar het Aurlandsfjord. De weg was oorspronkelijk in gebruik als constructieweg voor de Flåmsbanen spoorverbinding. Vandaag de dag wordt de weg voornamelijk gebruikt door fietsers. Op een mooie zomerdag als vandaag zijn er misschien wel honderd mensen onderweg op de Rallarvegen.

Meer met ijskap langs de Rallarvegen Het weer zal echter niet zo goed blijven. Althans, dat zijn de voorspellingen. In de middag zal vanuit het zuiden een uitgebreide storing over het zuiden van Noorwegen trekken. Nu zijn de Noorse meteorologen wel wat pessimistisch van aard en hebben ze de hele week al slecht weer voorspeld. Aangezien het weer nog nooit zo goed is geweest, neem ik de Noorse weersberichten zo langzamerhand met een korreltje zout. Waarschijnlijk worden de meteorologen geselecteerd op een neerslachtig karakter, wat normaliter de beste voorspellende eigenschap is in een land waar het weer van de ene op de andere minuut kan omslaan maar waar het toch het grootste deel van de tijd slecht weer is. Nu het weer dan eens een keer lange tijd goed is, vallen deze zogenaamde meteorologen natuurlijk genadeloos door de mand.

Het weer zal misschien omslaan maar nu is nu en nu is het goed. Je kunt geen beslissingen nemen op basis van voorspellingen, zeker niet als ze onbetrouwbaar zijn. Zodoende verlaat ik het asfalt voor zand en stof en stenen. De onverharde weg is van erg goede kwaliteit en is nauwelijks minder comfortabel dan asfalt. Veel mensen zijn onderweg op de Rallarvegen, zelfs gezinnen met kinderen. Langzaam klimt de weg omhoog door de vallei. Het landschap verandert steeds. Geen dramatische veranderingen maar op detailniveau zodat telkens nieuwe valleien, graslanden, meren en bergen passeren het blikveld. Dan bereik ik een veel bredere vallei. Aan de linkerkant van de vallei ligt de Hardangerjøkulen ijskap die met diverse gletsjertongen door de laagste plaatsen van de bergkam lijkt heen te breken. De grote ijsvlaktemassa gaat schuil achter de bergkam. De weg klimt nog wat verder over de vlakte totdat ik het Finsevatnet Meer bereik. Langs het meer ligt een dorp van hotels, berghutten en buitenhuizen. Finse heeft een treinstation. Fietsers kunnen de steile afdaling naar het fjord vermijden en met de trein terugkeren.

In innerlijke en uiterlijke balans op de Rallarvegen Ik neem een rustpauze bij de Finsehut. Ik had oorspronkelijk bedacht om hier te blijven overnachten om de rest van de middag te relaxen maar nu ik hier ben, besluit ik door te gaan. Nu is het weer nog steeds goed, morgen zal het wellicht veel slechter zijn.

De weg klimt nog een paar kilometer door. De weg is nu voor me alleen. De meeste fietsers stoppen in de Finsehut om terug te keren met de trein of om morgen het tweede deel te doen. De graslanden zijn absent hier. Ook voor gras is het nu te hoog. Het landschap bestaat uit stenen, rotsen en sneeuwvelden. Het is laat in de middag als ik het hoogste punt van de Rallarvegen bereik.

Het is een lange weg naar beneden. Ik fiets langzaam omdat de smalle weg louter uit grote stenen bestaat. Hoe verder ik daal, hoe slechter de weg lijkt te worden. Kilometer na kilometer daal ik af en nog steeds is er geen boom te zien in de valleien, die ik doorkruis. De weg is niet breder dan een voetpad als ik over een steile helling boven een meer fiets. Even geen fouten maken nu. Voorbij het meer valt de rivier met een grote waterval het ravijn in. Het paadje kronkelt langs ditzelfde ravijn naar beneden. De steile weg bestaat uit grote stenen. Ik loop dit stuk voor de zekerheid met de fiets aan de hand.

Waterval langs de steile afdaling Het landschap bestaat alleen maar uit verticale elementen. Enorme kliffen rijzen overal en nergens uit de diepte omhoog. Rivieren persen zich door smalle kloofdalen om vervolgens honderden meters in de diepte te vallen. Beneden in de diepte ligt een wat breder dal waar de rivieren samenkomen tot een grote rivier. Daar ben ik echter nog lang niet. Ik zie gedeeltes van de weg die met tal van haarspeldbochten tussen de watervallen draaien en keren. Na de eerste steile passage kan ik mijn weg weer fietsend vervolgen. Het is nog wel een kleine duizend meter afdalen naar het fjord. Spoedig bereik ik de boomgrens. Sommige passages bestaan uit grote stenen. De klimmetjes over het stenenterrein moet ik weer lopen. Dan volgt een lange passage waar de weg met twintig procent helling daalt over een geëxponeerde helling. Bij elke haarspeldbocht kom ik recht boven een grote waterval. Het is nog wel mogelijk om te blijven fietsen. Ik haal twee mountainbikers in, die wel hebben besloten om deze lange passage met de fiets aan de hand lopen. Ik ben nu niet meer de enige in deze contreien. Een kilometer verderop haal ik meer fietsers in. Dan bereik ik de dalbodem. Ik heb nog niet de bewoonde wereld bereikt en ik moet nog steeds een paar honderd meter afdalen maar er zijn nu geen moeilijkheden meer.

Wauw. Dit is samen met de afdaling van de Pico Veleta in de Sierra Nevada de meest spectaculaire weg die ik heb gefiets in Europa. Ik moet toegeven dat de afdaling lastiger was dan vooraf gedacht.

Ik haast me naar beneden over het gladde asfalt. Het is negen uur 's avonds als ik het pittoreske dorpje Flåm bereik. Een kwartier later arriveer ik op de fijne camping bij het fjord.


Dag 7: Flåm - Laerdal - Borgund - Tyin - Ârdal 178 km

Tegen alle profetieën van de weerdeskundigen is het prachtig weer als ik opsta. Na de lange fietsdag gisteren wil ik er vandaag een rustige dag van maken. Ik denk eraan om de veerboot te nemen door het Aurlandsfjord en naar de overzijde van het Sognefjord om dan een stuk omhoog te fietsen richting Jotunheimen. De eigenares van de camping raadt me echter aan om de weg over de bergen te nemen naar Laerdal.
'Zeker net zo mooi als de Rallarvegen maar dan anders, omdat je recht boven het fjord omhoog klimt.'

Uitzicht over het Aurlandsfjord En zo gebeurde het dat ik na de zware dag van gisteren al vroeg op de dag flink in de weer ben met een tien procent steile klim. Inderdaad klimt de weg recht tegen de flank boven het fjord omhoog. Tot een hoogte van 800 meter fiets ik boven het fjord. Dan draait de weg om de schouder van de bergrug en kom ik in een dal. De weg blijft echter nog net zo hard door klimmen. Aan het einde van het dal neemt de weg weer een paar nieuwe haarspeldbochten. De top van de klim ligt boven de 1.300 meter, zo laat het bord op de pas zien. De weg daalt een paar kilometer maar begint dan weer opnieuw te klimmen langs een imposante berg met witte gletsjers en zwarte kliffen. Na een tweede pas van ruim 1.300 meter daalt de weg definitief. Een half uur later fiets ik langs een nieuw fjord naar het pittoreske Laerdal, een mooie plaats voor een kleine lunch.

Ik bevind me nu op de doorgaande weg naar Oslo. De weg zal opnieuw klimmen naar een hoogvlakte boven de 1.000 meter, alvorens de weg zal dalen Ârdal. Omdat het nog vroeg in de middag is, wil ik vandaag alvast een paar honderd meter omhoog. Misschien dat ik dan morgen de Sognefjellet in Jotunheimen al kan bereiken.

De Stafkerk van Borgund Het weer is nu dan toch langzaam aan het verslechteren. Er staat een vrij harde wind en er ontstaan steeds meer en grotere wolken. Na de prachtige landschappen van de Rallarvegen gisteren en de hoge doorsteek van Aurland naar Laerdal vandaag, doet de brede Laerdalen vallei het hart niet sneller kloppen. Toch zijn er drie belangrijke toeristenfuiken in het dal. Na de houten huizen van Laerdal is er de oude Vikingweg langs de rivier. De laatste en belangrijkste trekpleister is de bekende stafkerk van Borgund. Ik geniet gedurende enkele minuten in stilte van het uitzicht als drie grote bussen arriveren en de plek overspoeld wordt met toeristen. Ik verlaat de plaats en fiets ook voorbij een grootschalig, ongezellig ogend restaurant dat de catering voor de toeristen verzorgt. Ik ga nu meteen maar op zoek naar een supermarkt en een camping. Op mijn kaart staan genoeg campings aangegeven.

Er staat maar een tent op de camping van Borgund en er is geen supermarkt. Aangezien mijn voorraden op zijn, zie ik me gedwongen door te fietsen naar de volgende gelegenheid. Hopelijk tref ik het daar wat beter. Ik heb zo langzamerhand behoorlijk veel honger.

Helaas blijkt de volgende camping geheel leeg te zijn; er is geen voedsel verkrijgbaar. Opnieuw moet ik door en wel vrij lang omdat de volgende camping wat verder weg ligt. De weg begint bovendien flink te stijgen. Ik voel dat mijn krachten snel beginnen af te nemen. Ik moet nu snel wat eten. Ik heb na het ontbijt 120 kilometer gefietst en niet meer gegeten dan een tweetal wafels. Dan zie ik een regionale winkel langs de weg. Ik koop er een stuk geitenkaas voor een astronomisch bedrag. Ik moet echter iets eten. Na een paar happen kaas kan ik weer door en bereik een kwartier later de camping.

Dicht. Er is een restaurant bij de camping maar die is gesloten. De bejaarde eigenares van de camping kan niets voor me betekenen. Ik heb niet genoeg kaas om hier de rest van de middag en avond te blijven om morgen naar de pas te klimmen,te meer daar er morgenochtend, op zondag, ook geen kans op bevoorrading is. Tyin Meer en de eerste toppen van Jotunheimen Ik moet dus vandaag door richting de pas en hopen op een terrein waar hutten verhuurd worden. Campings zijn er niet meer volgens mijn kaart. Ik neem nog een paar happen kaas en vervolg mijn weg. De kaas is bijna op nu. Ik klim boven de boomgrens. De wind waait stevig over de hoogvlakte. Mijn krachten nemen weer af en ik neem weer een paar happen kaas. Met mijn laatste krachten bereik ik een plaats waar cabins te huur zijn maar dat kost wel € 110,- voor een nacht. En het restaurant ziet er nu ook niet bepaald goedkoop uit. Een dinerend echtpaar schiet me te hulp.
'Ik zie dat je twijfelt over de prijs.'
'Ja, dat klopt. Maar ik heb geen keus. Ik heb niks te eten!'
'Waar kom je vandaan?'
'Vanuit Laerdal - Borgund.'
'Er zijn inderdaad geen supermarkten het laatste stuk. Maar je hebt geluk. Een kilometer verderop is een supermarkt. Die is open tot zeven uur. Je hebt nog een half uur.'
Als ik arriveer bij de supermarkt, ziet het terrein er verlaten uit. De supermarkt is inderdaad open tot 7 uur. Op maandag tot en met vrijdag. Maar vandaag is het zaterdag en sluit de winkel om zes uur. Veertig minuten geleden.

Het is nog vijf kilometer klimmen naar de pas en het Tyin Meer. Als ik de pas bereik, tril ik vanwege de hongerklop. Ik eet het laatste stuk kaas. Er waait een harde over het gigantische meer van Tyin. De lucht is helemaal donker en er zijn enkele kleine regenbuien her en der in de bergen. De eerste bergen van de Jotunheimen zijn zichtbaar achter het meer. Ik heb niet veel tijd en energie om te vieren dat de hoogste bergen van Noorwegen nu binnen handbereik liggen. Het is laat en ik heb honger. Dan kan ik eindelijk aan de afdaling beginnen.

Om negen uur bereik ik dan eindelijk Ârdal. Ik plunder het tankstation en eet ter plekke genoeg om mijn krachten te voelen terugvloeien. Opgewekt en opgelucht klim ik naar de camping in het Utladal. Ik word gastvrij ontvangen door de vriendelijke eigenaar.


Dag 8: Ârdal - Turtagrø - Jotunheimen (Sognefjellet) 56 km

De gletsjers van Jotunheimen Na twee extreem zware dagen, wil ik vandaag geen trap te veel doen. Ârdal is echter geen fijne plaats en de eerste goede optie is de Sognefjellet in Jotunheimen. Dan moet ik eerste een dubbelpas over van twee maal 1.300 meter en na een kleine afdaling opnieuw klimmen naar 1.400 meter hoogte, de hoogste verharde weg van Noorwegen. Ondanks het vele klimwerk is de afstand goed te overzien. Dat betekent natuurlijk ook dat er dan wel des te steiler geklommen moet worden. Ik merk gelukkig dat ik verrassend goed hersteld ben. Omdat het zwaar bewolkt is, is er niet ze veel te zien vandaag. Zelfs als ik de pas bereik, heb ik geen goede vergezichten. De bergen van Jotunheimen hangen in de wolken. Ik daal af naar de Turtagrø berghut waar ik een lange pauze houd.

Na een paar minuten fietsen, komt er van achter Turtagrø een onweersbui uit het dal opzetten die in de richting van Jotunheimen trekt, in mijn richting dus. Ik haal nu alles uit de kast om de regen en onweer voor te blijven. De bergen rond de Turtagrø hut zijn al verdwenen achter een haag van slagregens. Ik fiets met alle kracht omhoog. Het gaat serieus hard, want de weg is niet zo steil meer. Dikke ijsregendruppels beginnen te vallen. Als ik omkijk, zie ik dat het helemaal mis is. Met volle kracht ram ik door, anders haalt de bui me in. Dan bereik ik de berghut van Sognefjellet. Ik duw mijn fiets naar binnen, op dat moment wordt het landschap opgelost in een verschrikkelijke regenbui. Ik laat me helemaal natregenen maar dan wel door de lekkere warme douche van de berghut. Ik zal de middag en de nacht hier uitrusten, dan kan het slechte weer buiten lekker uitrazen.


Day 9: Sognefjellet-Lom-Bismo-Grottli 114 km

Sognefjellet / Jotunheimen Het heeft de hele nacht geregend maar nu ik mijn ontbijt op heb, is het droog. Het is nog steeds volledig bewolkt maar ik ben al lang blij dat het droog is. Toch nog onverwacht ben ik weer op weg, de gletsjerwereld van de Sognefjellet achter me latend, op weg naar Lom. Na twee uur afdalen heb ik de bergen van Jotunheimen achter me gelaten en bereik ik Lom, omringd door een veel lieflijker, glooiend landschap. Ik bezoek de stafkerk en sla af in de richting van Geiranger, terug naar de bergen. Ik klim langzaam door de eindeloos lange, brede vallei. Als ik na zestig kilometer ben ik eindelijk weer boven de boomgrens, op een groot breed plateau. Ik zie voor me echter een brede haag van regen over de hoogvlakte op me afkomen. Het stomme geluk wil, dat er hier op de eenzame hoogvlakte een hotel en wel precies waar ik nu ben. Ik vlucht het presigieuze Grottli-hotel in. Gelukkig hebben ze voor mij een aanbieding maar goedkoop is het niet. Maar ik heb nu voor morgen in ieder geval een herkansing om de hoogvlakte en de afdaling naar het beroemde Geirangerfjord met mooi weer te ondernemen.


Dag 10: Grottli - Dalsnibba (1.500 m) - Geiranger - Hellesylt - Sunnmøre Alpen - Ålesund 122 km

Breiddalen De hele nacht regent het hard. Terwijl ik me overgeef aan het meest luxueuze ontbijt dat ik ooit heb gehad, regent het nog steeds. Ik bereid me voor op een natte dag maar als ik heb gepakt en met mijn fiets buiten sta, is het droog. Een paar minuten later ontstaan de eerste gaten in het wolkendek. Al gauw zijn de bergen zichtbaar en ontvouwt zich een schitterend, ruig berglandschap.

Ik ben in een brede vallei met kale graslanden en een groot meer; de vlakte is omgeven door eenzame bergruggen. Aan het einde van de vallei rijst een verticale muur van rots uit de horizon. De weg voert in een rechte lijn naar de bergkam. De weg buigt juist voor de kam naar rechts, een veel kleiner dal in. Ineens ben ik omgeven door steile bergen, sommige met grote, witte gletsjers op hun hellingen.

Ik op de top van de Dalsnibba. Bijna 1.500 meter lager is het Geirangerfjord zichtbaar. Ik ben op de weg naar Geiranger met zijn fameuze gelijknamige fjord, de meest beroemde van alle fjorden. Alvorens ik aan de afdaling begin, zal ik eerst nog een klim van vijfhonderd meter ondernemen. Een kleine, onverharde weg voert in vijf kilometer naar de top van de 1.473 meter hoge Dalsnibba, een veel bezochte uitzichtberg naar het Geirangerfjord.De weg is van goede kwaliteit en na veertig minuten klimmen bereik ik de top. Terwijl ik een het klimmen was, heeft een Nederlands echtpaar in de camper alvast koffie gezet. Met zijn drieën genieten we van het uitzicht. Langzaam verdwijnen de wolken en er is een prima uitzicht naar het fjord en de bergen.

Een lange afdaling met adembenemende uitzichten brengt me op de meest toeristische plek van Noorwegen: Geiranger. De hele dag is het een komen en gaan van cruise- en veerboten. Ook ik moet er aan geloven en zal met de veerboot het fjord doorvaren naar Hellesylt. Het is een cliché maar het is ook wel erg mooi, de groenblauwe wateren, omgeven door honderden meters hoge kliffen.

Het Geirangerfjord Het Geirangerfjord Ik heb net de veerboot gemist. Geen probleem. De zon heeft de temperatuur opgewarmd tot 25 graden; ik neem een uurtje time out om te zonnen op de kade.

Na een uur arriveert de boot. De tocht naar Hellesylt is schitterend. De zee, de kliffen, de watervallen. Het enige dat ontbreekt zijn de besneeuwde toppen. Daarvoor is het weer te goed geweest de laatste weken. De overtocht duurt een uur. Ik stap uit in Hellesylt van waar ik verder fiets in de richting van Ålesund.

In Hellesylt verlaat ik met de boot het toeristengebied en ben ik terug in de obscuriteit van het Noorse landschap. Gaande van Geiranger in de richting van Ålesund, verwachtte ik dat de bergen langzaam maar zeker zouden afvlakken naar heuvels. Het tegendeel is waar. Na twintig minuten klimmen, wordt het dal minder steil en zie ik dat ik omringd wordt door bergen met besneeuwde toppen. En wat voor een toppen. Messcherpe rotspunten met rechte contouren van dal tot bergtop. Dit landschap doet niet onder voor de meest spectaculaire landschappen van Noorwegen, zoals Jotunheimen en het Geirangerfjord. Ik ben in een smalle vallei met kleine grasvelden, kleine meertjes, omgeven door grote rotsnaalden van 1.400 tot 1.700 meter hoog. Elke honderd meter stop ik voor weer een nieuwe foto. Ik bereik een kleine pas en daal af naar de Norangsfjord waar meer rotsnaalden oprijzen aan beide zijden van het fjord. Ik fiets naar Lekneset, waar ik moet wachten op een nieuwe veerboot.

De Sunnmøre Alpen De Sunnmøre Alpen De veerboot brengt me in Sæbø, waar ik weer een uur wacht op een nieuwe pont naar Store Standal. Ik besluit ondanks de naderende avond door te fietsen in dit prachtige landschap onder de prachtige weers- en lichtcondities van de ondergaande zon. Misschien is het weer morgen wel slecht. Ik weet het niet. Ik luister niet meer naar de pessimistische Noorse weerberichten. Ik kan morgen wel een rustdag nemen in Ålesund. Dan moet ik de stad vandaag wel zien te bereiken. Het is nu 8 uur en ik moet nog eenmaal wachten op een veerovergang over het Storfjord.

De zon gaat onder achter het Storfjord maar het uitzicht wordt er niet minder om. De rotsen aan de overzijde van het fjord kleuren oranje terwijl ik in de schaduw van de bergen fiets. In Festøya ga ik aan boord van de veerboot en om kwart over negen bereik ik de overzijde. Ik moet nog twintig kilometer overbruggen naar de camping van Ålesund. Ik moet dus haasten omdat de zon elk moment onder kan gaan. Juist als ik de weg volledig kwijt ben, ontmoet ik twee lokale fietsers, met wie ik de stad in fiets over kleine weggetjes die ik nooit had kunnen vinden. Het is 10 uur als ik de camping bereik. De bergen zijn dieppaars in de allerlaatste zon, dan is de zon definitief onder. Precies op tijd heb ik de camping bereikt. Ik heb opnieuw geluk als een Amerikaans stel me uitnodigt op de maaltijd. Ze hebben zelf al gegeten en hebben nog over. Ik kan gelijk aanschuiven voor een uitstekende vismaaltijd. Er is ook nog bier en wijn en voldoende gespreksonderwerpen om tot drie uur 's nachts onder de pannen te zijn.


Dag 11: Ålesund (rustdag) 0 km


Dag 12: Ålesund - Valldal - Trollstigen - Åndalsnes 57 km

De Storfjord Na bijna twee weken te hebben gezigzagd door Zuid Noorwegen, zal ik nu oostwaarts draaien in de richting van Trondheim. Met een veerboot steek ik het Storfjord over om in Stranda over te stappen en door te varen naar Valldal aan de voet van de Trollstigen pas. Het is nog vroeg in de morgen en de Sunnmøre Alpen worden gedeeltelijk bedekt door mistsluiers wat buitengewoon spectaculaire uitzichten oplevert.

In Stranda stap ik over op de veerboot naar Valldal. Ik ben de enige gast. Mijn fiets wordt provisorisch aan de steven van het piepkleine bootje gebonden. De veerman vertelt me dat een Nederlands gezin een jaar geleden is geïmmigreerd in Valldal en een café annex sapfabriekje runnen. Ik besluit om een kijkje te nemen. Ik word hartelijk verwelkomd. Ik bestel een sapje. De vrouw des huizes vertelt dat ze goed zijn opgenomen in de commune en dat ze nooit meer terug willen naar Nederland. Het café is de ontmoetingsplaats van het dorp geworden.

Uitzicht naar beneden vanaf de Trollstigen Het is wederom fantastisch weer. Zelfs de mistflarden zijn weg. De klim naar de Trollstigen Pas is prachtig. Eerst door aarbeienvelden, dan door dichte bossen, dan door alpiene weides, fiets ik omhoog door de Valldalen vallei. Er zijn veel toeristen met campers onderweg maar er zijn ook enkele racefietsers op pad. Een Noorse racefietser haalt me in en we fietsen een tijd lang samen op. Verderop kom ik een Noors echtpaar tegen met wie ik een half uur verpoos.

Ik bereik de pas eerder dan verwacht. Hoe mooi de klim ook is, de afdaling is het spektakelstuk. De weg daalt middels een serie van haarspeldbochten honderden meters tussen watervallen naar de vallei. De vallei wordt geflankeerd door gigantische rotsmuren. Al deze ingrediënten tesamen maken de Trollstigen tot de meest beroemde weg van Noorwegen.

De Trollstigen Midden in de afdaling kom ik de Noorse racefietser weer tegen. Als ik de camping van Åndalsnes bereik, kom ik het Noorse echtpaar weer tegen. Ze geven me een reflecterend hesje omwille van de veiligheid in tunnels. Ze besloten dat het zo veiliger zou zijn en namen actie. Ik ben er beduusd van.

De bediende van de campingbar zegt dat ze veel met haar vriend fietst op de eilanden in het noorden. Ik besluit dat dit een leuke route naar Trondheim zou kunnen zijn. Ik ga het gewoon proberen. De beroemde Atlantikhavsvegen moet volgens de verhalen een hoogtepunt zijn. De weg voert over tal van kleine eilanden en scheren en verbindt deze met een aantal grote bruggen. Voorts zijn er mooie vissersdorpen. Aldus zal ik de bergen voor een aantal dagen verruilen voor klassieke kustlandschappen.


Dag 13: Åndalsnes - Isfjorden - Nesjestranda - Nes - Malme - Elnesvågen - Bud 133 km

Isfjord Na enige afstemming spreek ik over drie dagen af om Menno Faber en Klaartje Arntzen te treffen in Trondheim. Zij maken op dit moment een fietstocht in Rondane en Dovrefjell en omgeving. Ik zal op Trondheim koersen via de Atlantische route over Bud en Kristiansund en een aantal eilanden.

Het is opnieuw een zonnige dag. Het grootste deel van de dag fiets ik langs steeds nieuwe fjorden. Ik moet met een lus van ruim 40 kilometer om het Fannfjord heen. Langzaam maar zeker laat ik de bergen achter me maar soms heb ik ineens toch weer uitzicht op besneeuwde bergen in het zuiden. De laatste twintig kilometer heb ik helemaal geen uitzicht meer. Ik ben in een dichte zeemist terecht gekomen. De toppen van de heuvels zijn opgelost in de mist.

Op de valreep dient het hoogtepunt van de dag zich aan. Ik besluit te overnachten op de camping van Bud, wat een prachtig vissersdorpje blijkt te zijn met karakteristieke rode huisjes. Overal hangt stokvis te drogen en er zijn honderden meeuwen op de rotshellingen aan de kust. Er is een mooie panoramaheuvel die aan drie zijden omsloten is door de Atlantische Oceaan.


Dag 14: Bud - Atlantikhavsvegen - Kristiansund - Årvågen - Kyrkseterøra 160 km

Bud Atlantikhavsvegen Ook vandaag hangt er weer een deken van zeemist boven het land en het water. Ik ontbijt op de panoramaheuvel, een goed begin van de dag.

Een half uur later ben ik weer op pad. De weg volgt de kust. Er zijn veel scheren voor de kust die bij eb boven het zeeniveau liggen en bij vloed overspoeld worden. Er is geen verkeer op de kustweg en de nederzettingen die ik passeer, zijn niet omvangrijker dan enkele huizen. Mensen zie ik niet en hoor ik ook niet. Ik hoor sowieso niets. De stilte is compleet. Het is volkomen windstil en ook al zou er iemand lawaai maken, dan wordt het geluid alsnog gedempt door de dichte mist. Langzaam trek ik verder. Heidevelden worden afgewisseld met rotsachtige heuvelruggen. Ik heb het idee dat de mist voor extra luchtweerstand zorgt. Ik ben niet vooruit te branden. Het is al twaalf uur als ik Vevang bereik, waar de Atlantikhavsvegen met een aantal grote boogbruggen een serie van scheren en kleine eilanden oversteekt. Een prachtig gezicht, al zal het met een storm met golfslag over de weg nog een stuk spectaculairder zijn. Dat zijn echter niet de condities van vandaag. De zee is zo kalm als maar kan zijn.

Fjord bij Årvågen Ik bereik Kristiansund, De stad is veel groter dan ik had verwacht. Plotsklaps ben ik omgeven door druk verkeer. Na de oversteek van het eiland naar het volgende eiland, ben ik weer terug in in de obscuriteit en verlatenheid. De etappe begint een wat saai en eentonig karakter te krijgen in de ondoordingbare mist. Misschien is het hier wel prachtig maar er is nu niets te zien. Ik moet evenwel doorfietsen want het blijkt dat ik de afstand naar Trondheim nogal heb onderschat. Ik zal vandaag dus nog meters moeten maken als ik morgen Menno en Klaartje bijtijds wil treffen. Ik doorkruis eiland na eiland. Soms is er een brug tussen de eilanden, soms is er een veerverbinding. Ik ontmoet een Nederlands echtpaar. De vrouw vertelt dat ze veel hebben gefietst in hun jongere jaren. De man heeft eenmaal naar Santiago de Compostela gefietst. Samen eten we koekjes en wisselen herinneringen uit.

Ik wil vandaag nog de camping van Kyrkseterøra bereiken. Dat is nog wel vijftig kilometer fietsen. Het is nu zes uur dus dat wordt dan een latertje. Er zijn verder geen overnachtinsopties op dit traject. Ik besluit het gewoon te doen. Ik fiets nu veel sneller, ineens blijkt de mist helemaal geen extra luchtweerstand op te leveren. Rond een uur of 9 bereik ik de camping, ruim op tijd.


Dag 15: Kyrkseterøra - Orkanger - Trondheim 109 km

De Nidaros Kathedraal, Trondheim Ik sta vroeg in de morgen op. Ik heb de hele dag de tijd om de laatste kilometers naar Trondheim te overbruggen. Ik passeer de glooiende heuvels van Trøndelag, soms langs een fjord, soms door kleine valleien. Er zijn veel akkers in Trøndelag. Het gebied is daardoor duidelijk anders dan de rest van Noorwegen. Hoge bergen en steile kliffen zijn hier niet te vinden. Het is weer zonnig, er is geen wind en het is ongeveer twintig graden, ideale fietscondities.

Ik bereik Trondheim eerder dan verwacht. In een internetcafé lees ik dat Menno en Klaartje al gearriveerd zijn en op me wachten in de jeugdherberg. Een kwartier later treffen we elkaar. We hebben de hele middag om op dit heuglijke feit te drinken en om de stad te verkennen. Trondheim is een allegaartje aan traditionele houten huizen en moderne architectuur. De Nidaros Kathedraal is de grootse kerk van het land.


Lees verder over het vervolg van de fietsreis naar de Noordkaap op de volgende pagina.