| startpagina | foto's | kaart | statistieken | |
|
Dag 0: Hjørring - Hirtshals (Denemarken)/ Stavanger (Noorwegen) 40 km
Het is een uur 's nachts als ik Hjørring bereik. Treinen gaan niet verder noordwaarts naar Hirtshals, de plaats waar de veerboot vertrekt. Ik stap uit en zal op zoek moeten gaan naar een overnachtingsplaats. Ik beland in Hjørring niet bepaald in een warm bad. Er zijn alleen maar mannen op straat, allemaal dronken. Ik besluit om een zoektocht naar een hotel onmiddellijk af te breken. Ik zal maar vast een stuk in de richting van Hirtshals fietsen. Het valt nog niet mee om op de onverlichte wegen de weg te vinden. Ik kan de borden niet lezen en fiets lukraak door de heuvels totdat ik een goede kampplaats vind op de top van een heuvel bij een zendmast. Na een korte slaap word ik wakker van het vroege morgenlicht en fiets de laatste kilometers naar Hirtshals. Ik ben veel te vroeg voor de eerste bootovertocht naar Stavanger om 9 uur. Het plan om in Kristiansand te beginnen valt af aangezien ik dan nog 4 uur langer zou moeten wachten. En zo bereik ik om half zes in de avond het centrum van Stavanger, de stad met zijn houten huisjes. Er schijnen er meer van te zijn dan welke andere stad in Europa. Het is een goede plaats om aan de reis te beginnen. Dag 1: Stavanger - Tau - Jørpeland - Preikestolen - Preikestolhytta 26 km
De fietsreis begint met... een nieuwe bootovertocht! Een blauwe hemel bedekt de blauwe zee. De veeroversteek voert langs tal van kleine eilanden. Een oude man vertelt me dat op het kleine eiland dat we rechts voorbij varen, toch nog twee boerengezinnen weten te overleven. Een veerverbinding gaat twee maal per dag op en neer. De veerboot baant zich een weg tussen de eilanden en vaart recht op een wild heuvellandschap af. Verder landinwaarts worden de bergen alleen maar hoger. Dat ziet er goed uit voor de komende dagen. Vandaag zal ik niet verder fietsen dan de Preikestolhut, vanaf waar ik omhoog zal lopen naar de beroemde Preikestolen, een gigantische rotsklif boven het Lysefjord. Ik kom aan land in Tau. Langs de kust fiets ik naar Jørpeland en verder door naar Jossang door groene heuvels. Vanaf Jossang leidt een steile weg in vijf kilometer naar de hut. Ik eet mijn eerste maaltijd Rømmegrøt en begin de wandeling naar de 706 meter hoge Preikestolen.
Dag 2: Preikesolhytta - Kvalåg - Forsand - Lysebotn - Sirdal 68 km
Een laag van wolken hangt boven de bergen en de zee. De weg naar het Lysefjord voert langs kleine vissersdorpen. De hoofdroute is me te druk maar de kronkelige weg langs de kust bij Kvalåg heeft een speciale atmosfeer. Ondanks dat ik langs de kust fiets, klimt en daalt de weg continu over kleine heuvelruggen. Ik trek door donkere bossen, open grasvlaktes, kleine baaien en soms vang ik een glimp op van het berglandschap landinwaarts. Ik ontmoet twee aardige, interessante Zwitserse fietsers. Ze hebben onder meer in Szechuan in China gefietst. Samen fietsen we naar de grote brug over het Lysefjord. Daar nemen we alweer afscheid. Zij zijn op weg naar het zuiden, ik fiets oostwaarts. In Forsand wacht ik op de veerboot naar het einde van het fjord in Lysebotn. De veerboot naar Lysebotn voert door een duizelingwekkende verticale wereld. Ik zie de Preikestolen opnieuw, deze keer van beneden. Even voor Lysebotn springen basejumpers bijna duizend verticale meters naar beneden vanaf een steile klif om de parachute op het laatste moment uit te klappen boven een kleine weide. Lyse is het Noors woord voor licht. Een gedempt lichtgrijs licht valt tussen de donkere kliffen en reflecteert glinsterend wit op het golvende wateroppervlak. Het contrast met het volle turquoise van gisteren kon niet groter zijn.
Dag 3: Sirdal-Valle-Bykle-Hovden-Haukeli 144 km
Ik heb nog steeds geluk met het weer. Er is geen wolk aan de hemel. Na het doorkruisen van de vlakte, daal ik af in het Setesdal. Ik begin de dag met een klim terug naar de Hooglanden. Deze klim is niet zo lang omdat ik al hoog begin. Na 45 minuten bereik ik de Sirdalsheiene, de hoogvlakte tussen het Sirdal en het Setesdal. Dit is een echte hoogvlakte: vlak, wijds, eindeloos. Opnieuw is er veel water. Kleine meren, grote meren. Nergens in het landschap is geen water zichtbaar. Na een lange afdaling, bereik ik de vallei om een uur in de middag.
Dag 4: Haukeli - Rauland - Rjukan - Austbygdi 123 km
Binnen enkele minuten heb ik afgedaald. Er zijn enkele boerennederzettingen aan het meer. Langs de oevers fiets ik in complete stilte tussen de groene bergen en het blauwe meer. Zelfs de wind is afwezig. Het wateroppervlak is rimpelloos. In Rauland stop ik bij een café. De ober hoort dat ik van plan ben om naar de Noordkaap te fietsen en enkele minuten later komt de uitbater van het complex aan mijn tafel. Hij is erg geïnteresseerd in mijn verhaal. Hij vraagt naar mijn mening over het complex en vraagt zich af hoe hier meer klanten te krijgen. Ik denk dat het probleem is dat er maar weinig toeristen deze mooie route nemen en zodoende zijn er ook weinig potentiële klanten. De bekendheid van de route en van het Meer van Tatok moet denk ik omhoog. Het moet in de toeristenbrochures komen.
Dag 5: Austbygdi - Tessungdalen - Uvdal - Geilo 94 km
Dag 6: Geilo - Haugastøl - Finse - Flåm 111 km
De Rallarvegen is waarschijnlijk het meest bekende fietspad van Noorwegen. Een negentig kilometer lange, onverharde weg steekt het noordelijke gedeelte van de Hardangervidda over, vlak langs de Hardangerjøkulen ijskap, alvorens de weg steil afdaalt naar het Aurlandsfjord. De weg was oorspronkelijk in gebruik als constructieweg voor de Flåmsbanen spoorverbinding. Vandaag de dag wordt de weg voornamelijk gebruikt door fietsers. Op een mooie zomerdag als vandaag zijn er misschien wel honderd mensen onderweg op de Rallarvegen.
Het weer zal misschien omslaan maar nu is nu en nu is het goed. Je kunt geen beslissingen nemen op basis van voorspellingen, zeker niet als ze onbetrouwbaar zijn. Zodoende verlaat ik het asfalt voor zand en stof en stenen. De onverharde weg is van erg goede kwaliteit en is nauwelijks minder comfortabel dan asfalt. Veel mensen zijn onderweg op de Rallarvegen, zelfs gezinnen met kinderen. Langzaam klimt de weg omhoog door de vallei. Het landschap verandert steeds. Geen dramatische veranderingen maar op detailniveau zodat telkens nieuwe valleien, graslanden, meren en bergen passeren het blikveld. Dan bereik ik een veel bredere vallei. Aan de linkerkant van de vallei ligt de Hardangerjøkulen ijskap die met diverse gletsjertongen door de laagste plaatsen van de bergkam lijkt heen te breken. De grote ijsvlaktemassa gaat schuil achter de bergkam. De weg klimt nog wat verder over de vlakte totdat ik het Finsevatnet Meer bereik. Langs het meer ligt een dorp van hotels, berghutten en buitenhuizen. Finse heeft een treinstation. Fietsers kunnen de steile afdaling naar het fjord vermijden en met de trein terugkeren.
De weg klimt nog een paar kilometer door. De weg is nu voor me alleen. De meeste fietsers stoppen in de Finsehut om terug te keren met de trein of om morgen het tweede deel te doen. De graslanden zijn absent hier. Ook voor gras is het nu te hoog. Het landschap bestaat uit stenen, rotsen en sneeuwvelden. Het is laat in de middag als ik het hoogste punt van de Rallarvegen bereik. Het is een lange weg naar beneden. Ik fiets langzaam omdat de smalle weg louter uit grote stenen bestaat. Hoe verder ik daal, hoe slechter de weg lijkt te worden. Kilometer na kilometer daal ik af en nog steeds is er geen boom te zien in de valleien, die ik doorkruis. De weg is niet breder dan een voetpad als ik over een steile helling boven een meer fiets. Even geen fouten maken nu. Voorbij het meer valt de rivier met een grote waterval het ravijn in. Het paadje kronkelt langs ditzelfde ravijn naar beneden. De steile weg bestaat uit grote stenen. Ik loop dit stuk voor de zekerheid met de fiets aan de hand.
Wauw. Dit is samen met de afdaling van de Pico Veleta in de Sierra Nevada de meest spectaculaire weg die ik heb gefiets in Europa. Ik moet toegeven dat de afdaling lastiger was dan vooraf gedacht. Ik haast me naar beneden over het gladde asfalt. Het is negen uur 's avonds als ik het pittoreske dorpje Flåm bereik. Een kwartier later arriveer ik op de fijne camping bij het fjord. Dag 7: Flåm - Laerdal - Borgund - Tyin - Ârdal 178 km
Tegen alle profetieën van de weerdeskundigen is het prachtig weer als ik opsta.
Na de lange fietsdag gisteren wil ik er vandaag een rustige dag van maken. Ik denk eraan om
de veerboot te nemen door het Aurlandsfjord en naar de overzijde van het Sognefjord om dan een
stuk omhoog te fietsen richting Jotunheimen. De eigenares van de camping raadt me
echter aan om de weg over de bergen te nemen naar Laerdal.
Ik bevind me nu op de doorgaande weg naar Oslo. De weg zal opnieuw klimmen naar een hoogvlakte boven de 1.000 meter, alvorens de weg zal dalen Ârdal. Omdat het nog vroeg in de middag is, wil ik vandaag alvast een paar honderd meter omhoog. Misschien dat ik dan morgen de Sognefjellet in Jotunheimen al kan bereiken.
Er staat maar een tent op de camping van Borgund en er is geen supermarkt. Aangezien mijn voorraden op zijn, zie ik me gedwongen door te fietsen naar de volgende gelegenheid. Hopelijk tref ik het daar wat beter. Ik heb zo langzamerhand behoorlijk veel honger. Helaas blijkt de volgende camping geheel leeg te zijn; er is geen voedsel verkrijgbaar. Opnieuw moet ik door en wel vrij lang omdat de volgende camping wat verder weg ligt. De weg begint bovendien flink te stijgen. Ik voel dat mijn krachten snel beginnen af te nemen. Ik moet nu snel wat eten. Ik heb na het ontbijt 120 kilometer gefietst en niet meer gegeten dan een tweetal wafels. Dan zie ik een regionale winkel langs de weg. Ik koop er een stuk geitenkaas voor een astronomisch bedrag. Ik moet echter iets eten. Na een paar happen kaas kan ik weer door en bereik een kwartier later de camping.
Dicht. Er is een restaurant bij de camping maar die is gesloten. De bejaarde eigenares van
de camping kan niets voor me betekenen. Ik heb niet genoeg kaas om hier de rest van
de middag en avond te blijven om morgen naar de pas te klimmen,te meer daar er
morgenochtend, op zondag, ook geen kans op bevoorrading is.
Het is nog vijf kilometer klimmen naar de pas en het Tyin Meer. Als ik de pas bereik, tril ik vanwege de hongerklop. Ik eet het laatste stuk kaas. Er waait een harde over het gigantische meer van Tyin. De lucht is helemaal donker en er zijn enkele kleine regenbuien her en der in de bergen. De eerste bergen van de Jotunheimen zijn zichtbaar achter het meer. Ik heb niet veel tijd en energie om te vieren dat de hoogste bergen van Noorwegen nu binnen handbereik liggen. Het is laat en ik heb honger. Dan kan ik eindelijk aan de afdaling beginnen. Om negen uur bereik ik dan eindelijk Ârdal. Ik plunder het tankstation en eet ter plekke genoeg om mijn krachten te voelen terugvloeien. Opgewekt en opgelucht klim ik naar de camping in het Utladal. Ik word gastvrij ontvangen door de vriendelijke eigenaar. Dag 8: Ârdal - Turtagrø - Jotunheimen (Sognefjellet) 56 km
Na een paar minuten fietsen, komt er van achter Turtagrø een onweersbui uit het dal opzetten die in de richting van Jotunheimen trekt, in mijn richting dus. Ik haal nu alles uit de kast om de regen en onweer voor te blijven. De bergen rond de Turtagrø hut zijn al verdwenen achter een haag van slagregens. Ik fiets met alle kracht omhoog. Het gaat serieus hard, want de weg is niet zo steil meer. Dikke ijsregendruppels beginnen te vallen. Als ik omkijk, zie ik dat het helemaal mis is. Met volle kracht ram ik door, anders haalt de bui me in. Dan bereik ik de berghut van Sognefjellet. Ik duw mijn fiets naar binnen, op dat moment wordt het landschap opgelost in een verschrikkelijke regenbui. Ik laat me helemaal natregenen maar dan wel door de lekkere warme douche van de berghut. Ik zal de middag en de nacht hier uitrusten, dan kan het slechte weer buiten lekker uitrazen. Day 9: Sognefjellet-Lom-Bismo-Grottli 114 km
Dag 10: Grottli - Dalsnibba (1.500 m) - Geiranger - Hellesylt - Sunnmøre Alpen - Ålesund 122 km
Ik ben in een brede vallei met kale graslanden en een groot meer; de vlakte is omgeven door eenzame bergruggen. Aan het einde van de vallei rijst een verticale muur van rots uit de horizon. De weg voert in een rechte lijn naar de bergkam. De weg buigt juist voor de kam naar rechts, een veel kleiner dal in. Ineens ben ik omgeven door steile bergen, sommige met grote, witte gletsjers op hun hellingen.
Een lange afdaling met adembenemende uitzichten brengt me op de meest toeristische plek van Noorwegen: Geiranger. De hele dag is het een komen en gaan van cruise- en veerboten. Ook ik moet er aan geloven en zal met de veerboot het fjord doorvaren naar Hellesylt. Het is een cliché maar het is ook wel erg mooi, de groenblauwe wateren, omgeven door honderden meters hoge kliffen.
Na een uur arriveert de boot. De tocht naar Hellesylt is schitterend. De zee, de kliffen, de watervallen. Het enige dat ontbreekt zijn de besneeuwde toppen. Daarvoor is het weer te goed geweest de laatste weken. De overtocht duurt een uur. Ik stap uit in Hellesylt van waar ik verder fiets in de richting van Ålesund. In Hellesylt verlaat ik met de boot het toeristengebied en ben ik terug in de obscuriteit van het Noorse landschap. Gaande van Geiranger in de richting van Ålesund, verwachtte ik dat de bergen langzaam maar zeker zouden afvlakken naar heuvels. Het tegendeel is waar. Na twintig minuten klimmen, wordt het dal minder steil en zie ik dat ik omringd wordt door bergen met besneeuwde toppen. En wat voor een toppen. Messcherpe rotspunten met rechte contouren van dal tot bergtop. Dit landschap doet niet onder voor de meest spectaculaire landschappen van Noorwegen, zoals Jotunheimen en het Geirangerfjord. Ik ben in een smalle vallei met kleine grasvelden, kleine meertjes, omgeven door grote rotsnaalden van 1.400 tot 1.700 meter hoog. Elke honderd meter stop ik voor weer een nieuwe foto. Ik bereik een kleine pas en daal af naar de Norangsfjord waar meer rotsnaalden oprijzen aan beide zijden van het fjord. Ik fiets naar Lekneset, waar ik moet wachten op een nieuwe veerboot.
De zon gaat onder achter het Storfjord maar het uitzicht wordt er niet minder om. De rotsen aan de overzijde van het fjord kleuren oranje terwijl ik in de schaduw van de bergen fiets. In Festøya ga ik aan boord van de veerboot en om kwart over negen bereik ik de overzijde. Ik moet nog twintig kilometer overbruggen naar de camping van Ålesund. Ik moet dus haasten omdat de zon elk moment onder kan gaan. Juist als ik de weg volledig kwijt ben, ontmoet ik twee lokale fietsers, met wie ik de stad in fiets over kleine weggetjes die ik nooit had kunnen vinden. Het is 10 uur als ik de camping bereik. De bergen zijn dieppaars in de allerlaatste zon, dan is de zon definitief onder. Precies op tijd heb ik de camping bereikt. Ik heb opnieuw geluk als een Amerikaans stel me uitnodigt op de maaltijd. Ze hebben zelf al gegeten en hebben nog over. Ik kan gelijk aanschuiven voor een uitstekende vismaaltijd. Er is ook nog bier en wijn en voldoende gespreksonderwerpen om tot drie uur 's nachts onder de pannen te zijn. Dag 11: Ålesund (rustdag) 0 km
Dag 12: Ålesund - Valldal - Trollstigen - Åndalsnes 57 km
In Stranda stap ik over op de veerboot naar Valldal. Ik ben de enige gast. Mijn fiets wordt provisorisch aan de steven van het piepkleine bootje gebonden. De veerman vertelt me dat een Nederlands gezin een jaar geleden is geïmmigreerd in Valldal en een café annex sapfabriekje runnen. Ik besluit om een kijkje te nemen. Ik word hartelijk verwelkomd. Ik bestel een sapje. De vrouw des huizes vertelt dat ze goed zijn opgenomen in de commune en dat ze nooit meer terug willen naar Nederland. Het café is de ontmoetingsplaats van het dorp geworden.
Ik bereik de pas eerder dan verwacht. Hoe mooi de klim ook is, de afdaling is het spektakelstuk. De weg daalt middels een serie van haarspeldbochten honderden meters tussen watervallen naar de vallei. De vallei wordt geflankeerd door gigantische rotsmuren. Al deze ingrediënten tesamen maken de Trollstigen tot de meest beroemde weg van Noorwegen.
De bediende van de campingbar zegt dat ze veel met haar vriend fietst op de eilanden in het noorden. Ik besluit dat dit een leuke route naar Trondheim zou kunnen zijn. Ik ga het gewoon proberen. De beroemde Atlantikhavsvegen moet volgens de verhalen een hoogtepunt zijn. De weg voert over tal van kleine eilanden en scheren en verbindt deze met een aantal grote bruggen. Voorts zijn er mooie vissersdorpen. Aldus zal ik de bergen voor een aantal dagen verruilen voor klassieke kustlandschappen. Dag 13: Åndalsnes - Isfjorden - Nesjestranda - Nes - Malme - Elnesvågen - Bud 133 km
Het is opnieuw een zonnige dag. Het grootste deel van de dag fiets ik langs steeds nieuwe fjorden. Ik moet met een lus van ruim 40 kilometer om het Fannfjord heen. Langzaam maar zeker laat ik de bergen achter me maar soms heb ik ineens toch weer uitzicht op besneeuwde bergen in het zuiden. De laatste twintig kilometer heb ik helemaal geen uitzicht meer. Ik ben in een dichte zeemist terecht gekomen. De toppen van de heuvels zijn opgelost in de mist. Op de valreep dient het hoogtepunt van de dag zich aan. Ik besluit te overnachten op de camping van Bud, wat een prachtig vissersdorpje blijkt te zijn met karakteristieke rode huisjes. Overal hangt stokvis te drogen en er zijn honderden meeuwen op de rotshellingen aan de kust. Er is een mooie panoramaheuvel die aan drie zijden omsloten is door de Atlantische Oceaan. Dag 14: Bud - Atlantikhavsvegen - Kristiansund - Årvågen - Kyrkseterøra 160 km
Een half uur later ben ik weer op pad. De weg volgt de kust. Er zijn veel scheren voor de kust die bij eb boven het zeeniveau liggen en bij vloed overspoeld worden. Er is geen verkeer op de kustweg en de nederzettingen die ik passeer, zijn niet omvangrijker dan enkele huizen. Mensen zie ik niet en hoor ik ook niet. Ik hoor sowieso niets. De stilte is compleet. Het is volkomen windstil en ook al zou er iemand lawaai maken, dan wordt het geluid alsnog gedempt door de dichte mist. Langzaam trek ik verder. Heidevelden worden afgewisseld met rotsachtige heuvelruggen. Ik heb het idee dat de mist voor extra luchtweerstand zorgt. Ik ben niet vooruit te branden. Het is al twaalf uur als ik Vevang bereik, waar de Atlantikhavsvegen met een aantal grote boogbruggen een serie van scheren en kleine eilanden oversteekt. Een prachtig gezicht, al zal het met een storm met golfslag over de weg nog een stuk spectaculairder zijn. Dat zijn echter niet de condities van vandaag. De zee is zo kalm als maar kan zijn.
Ik wil vandaag nog de camping van Kyrkseterøra bereiken. Dat is nog wel vijftig kilometer fietsen. Het is nu zes uur dus dat wordt dan een latertje. Er zijn verder geen overnachtinsopties op dit traject. Ik besluit het gewoon te doen. Ik fiets nu veel sneller, ineens blijkt de mist helemaal geen extra luchtweerstand op te leveren. Rond een uur of 9 bereik ik de camping, ruim op tijd. Dag 15: Kyrkseterøra - Orkanger - Trondheim 109 km
Ik bereik Trondheim eerder dan verwacht. In een internetcafé lees ik dat Menno en Klaartje al gearriveerd zijn en op me wachten in de jeugdherberg. Een kwartier later treffen we elkaar. We hebben de hele middag om op dit heuglijke feit te drinken en om de stad te verkennen. Trondheim is een allegaartje aan traditionele houten huizen en moderne architectuur. De Nidaros Kathedraal is de grootse kerk van het land. Lees verder over het vervolg van de fietsreis naar de Noordkaap op de volgende pagina. |